3.1 Methodisch werken
Teams binnen Cosis werken volgens een van de acht door Cosis vastgestelde basismethodieken:
Teams kiezen op basis van hun locatieprofiel en cliëntpopulatie een basismethodiek die de beste ondersteuning geeft aan de doelgroep van hun locatie. Het helpt zo de zorgvraag goed in beeld te krijgen. Het helpt ook bij het eenduidig benaderen van cliënten door de verschillende teamleden. Werken volgens een methodiek draagt daarmee bij aan een duidelijke en voorspelbare omgeving voor cliënten en grip voor medewerkers.
In een eerder kwaliteitsrapport schreven we dat het veel tijd kost voordat je je een methodiek echt eigen hebt gemaakt. Inmiddels zien we dat de methodieken op locaties steeds meer ingebed raken. Maar het opfrissen van de kennis blijft nodig, zeker als er veel nieuwe medewerkers in een team zijn. Hieraan is op verschillende plekken aandacht besteed, zo blijkt uit de teamreflecties. (Hoofdstuk 5, §3) Bijvoorbeeld door een themamiddag over de methodiek die gebruikt wordt te organiseren of als team een online opfriscursus te volgen.
3.2 Persona's
Om beter aan te kunnen sluiten bij de diverse cliëntgroepen en om aan de buitenwereld te laten zien voor wie we er zijn, werken we binnen Cosis met persona’s. Een persona is een fictief persoon die de kenmerken bezit die een groep cliënten gemeenschappelijk heeft qua zorgbehoefte. Elke persona onderscheidt zich op gebied van ondersteuningsvraag, methodiek en huisvesting. Er zijn 10 verschillende persona’s aan wie we ondersteuning bieden.
De waarde van het werken met persona’s is dat je per persona de behoefte aan daginvulling en woonbehoefte in kaart kan brengen. Met de hierop ontwikkelde woonconcepten sluiten we beter aan bij de zorgbehoefte van de cliënt.
Meer weten over de persona's van Cosis? Klik hier.
In 2021 formuleerden we per persona opleidings- en competentieprofielen voor medewerkers. Hierover lees je meer in hoofdstuk 5, §9.
3.3 Zorgplannen
De in § 3.1 beschreven methodieken gebruiken we als basis voor het opstellen van de zorgplannen. De doelen in het zorgplan worden geformuleerd aan de hand van de methodiek. Cliënten hebben na 6 weken in zorg te zijn een zorgplan. De afspraak binnen Cosis is dat er minimaal 85% geldige zorgplannen zijn.
Sinds begin 2021 hanteren we een nieuwe maatstaf voor een goed zorgplan in het elektronisch cliëntdossier ONS. De onderstaande vier deelindicatoren moeten op orde zijn:
- medicatiekaart
- methodiek vragenlijst
- risico-inventarisatie
- ondersteuningsplan
Volgens de laatste gegevens ziet het overzicht geldige zorgplannen er per cluster er als volgt uit:
- Ambulant 76,6 %
- KJG: 76,7%
- Wonen 82,8 %
- Cosis breed 78,4 %
(Bron: BSC rapportage Q4, zoals verspreid binnen RvB/RvT en Cosis)
Cluster Ambulant en KJG scoren minder goed op deze KPI. Dit ligt voornamelijk aan het feit dat we hier nu nog clienten(groepen) meetellen waarvoor binnen Cosis geen eisen liggen met betrekking tot het invullen van bovengenoemde deelindicatoren. We zijn aan het uitzoeken hoe we met behulp van Power BI deze cijfers zuiverder kunnen krijgen in 2022.
Key-users
In 2020 waren er zorgen over de kwaliteit van rapporteren op doelen en gebruik van ONS in het algemeen. Daarom zijn we in 2021 gestart met werken met zogenaamde key-users ONS. Dit zijn medewerkers uit de verschillende clusters die medewerkers op locaties ondersteunen in het werken met ONS. Hun taken:
- Volledig en juist gebruik van ONS onder begeleiders verbeteren,
- Instrueren op het rapporteren op doelen. Ze instrueren medewerkers door middel van het uitvoeren van dossiercontroles.
Gezamenlijk zorgen ze voor een overzicht van de knelpunten in het werken met ONS en de kwaliteit van de zorgplannen. De key-users koppelen verbeterpunten terug aan de leidinggevende of teamcoördinator en rapporteren elk kwartaal aan de clusterdirecteur van het Cosis Expertise Centrum.
Uit de interne audit eind 2021 blijkt dat de inzet van de key-users een positief effect heeft op de kwaliteit van de dossiers, zowel inhoudelijk als technisch. Hun inzet blijft gewenst.
Een ‘levend’ zorgplan
Het zorgplan als document is weinig aansprekend voor een laaggeletterde cliënt. Hier heeft de centrale cliëntenraad eerder ook aandacht voor gevraagd. Een manier om het zorgplan meer ‘eigendom’ van de cliënt te laten zijn, vonden ze op woonlocatie Drouwenerhof in Stadskanaal.
Daar maken cliënt en begeleider naar aanleiding van de zorgplanbespreking een visueel zorgplan. Zonder vooraf vastgesteld format, maar mét hierin alle voor de cliënt belangrijke afspraken verbeeld. Deze ‘plaatjeszorgplannen’ hangen soms bij cliënten in de woonkamer.
3.4 Veilig leven en werken
3.4.1 Veiligheidsstructuur en -beleid
Cosis wil een omgeving bieden waar cliënten veilig kunnen leven en werken. Daarbij hoort een cultuur die veilig genoeg voelt om zaken die niet goed gaan te melden. Daarbij horen ook een ondersteunende structuur en systemen die helpend zijn om incidenten te melden, te bespreken en te analyseren. Met als doel leren van wat niet goed gaat en verbeteringen doorvoeren.
In 2021 investeerden we in een nieuwe structuur en een nieuw meld- en documentbeheer systeem; Zenya. Hiermee vertrouwd raken heeft vooropgestaan, er is minder aandacht gegaan naar het leren reflecteren en leren van incidenten.
Je hebt én systeem én cultuur nodig. Veiligheid is steeds bewuste afwegingen maken en zoeken naar balans'. In het veiligheidsbeleid staat het zo: "Het kennen van de richtlijnen, maar met name de essentie ervan en het kunnen onderbouwen van besluiten waarin je afwijkt van de richtlijn, maakt deel uit van het vakmanschap van de medewerkers." We noemen dit het 'pas toe of leg uit-principe'.
Een aantal veiligheidsdossiers en -thema’s kort besproken:
Medisch beleid: In 2021 zetten we weer in op het zorgvuldig omgaan met voorbehouden handelingen en medicatieveiligheid. Ook bereidden we een pilot rondom digitaal aftekenen van medicatie voor.
Medicatieveiligheid: Er is behoefte aan een eenvoudige manier om het toedienen van medicatie vast te leggen. In 2021 is een pilot ‘digitaal aftekenen’ voorbereid.
Suïcidaliteit en preventie: Hierbij ging het vooral om meer bekendheid voor dit thema en het belang om over suïcide(gevoelens) in gesprek te gaan.
Preventie seksueel misbruik: Uit de veiligheidsaudits blijkt dat signalen van grensoverschrijdend gedrag/seksueel misbruik goed gemonitord worden door de teams. Gevaren van sociale media signaleren en bespreken we met elkaar en met cliënten.
Agressie en sociale veiligheid: Trainingen agressie preventie hantering stonden enige tijd op een lager pitje. Goed nieuws is dat er eind 2021 met nieuwe trainers weer basistrainingen en follow-up trainingen van start zijn gegaan.
Gebouwveiligheid: Ook voor ontruimingsoefeningen en BHV-trainingen geldt dat hiervoor binnen de teams minder ruimte en aandacht was. Daar waar mogelijk zijn alternatieven bedacht zoals een e-learning en het meelopen op locatie met een ervaren collega.
Corona: Corona was ook dit jaar weer een belangrijk veiligheidsthema. Door middel van de coronamonitor werd de stand van zaken van de besmettingen in de gaten gehouden. Veel aandacht ging uit naar thema’s als preventie, de inzet van Adviesteams bij een besmetting, testen en de (booster)-vaccinatie(campagne). Er werden steeds zorgvuldige afwegingen gemaakt rondom de balans tussen kunnen versoepelen of toch weer meer maatregelen invoeren. Lees meer over hoe we met corona omgingen bij §5.4.3.
3.4.2 Incidenten met cliënten en medewerkers
In deze paragraaf belichten we eerst de meldingen waarbij cliënten betrokken zijn, daarna de meldingen waarbij medewerkers betrokken zijn.
Algemeen
We zien dat er grote verschillen zijn wat betreft het aantal meldingen per locatie. De focus ligt dan vaak op locaties waar veel wordt gemeld. Maar het is belangrijk dat we juist ook letten op locaties die weinig melden; is daar echt alles op orde of is hier weinig aandacht voor het melden van incidenten?
Nieuwe medewerkers inwerken
Een risico dat onder andere de Arbo-adviseurs constateerden, is dat er in het inwerkprogramma van nieuwe medewerkers onvoldoende aandacht is voor veiligheid. Zo is bij vrij veel medewerkers niet bekend waar ze moeten melden. Het is de taak van de buddy die elke nieuwe medewerker toegewezen krijgt, om dit onder de aandacht te brengen bij de nieuwe medewerker. De buddy moet hier dan zelf wel goed bekend mee zijn.
Onderzoek en meldingen aan toezichthouder
Binnen Cosis hebben we de werkwijze dat teams zelf de eerste reflecties en analyses maken van incidentmeldingen. In een aantal situaties worden deze meldingen opgeschaald naar onderzoek. Voor een aantal situaties geldt dat Cosis hier melding van maakt bij een toezichthouder; de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) of de toezichthouder van de gemeente. In 2021 zijn er 13 van die incidentonderzoeken gedaan. In 5 situaties is melding gedaan bij een toezichthouder.
Voor een grote organisatie als Cosis zijn dit relatief weinig meldingen. Dit roept vragen op zoals: Worden incidenten als zodanig herkend? Is er bij de medewerkers een gevoel van urgentie om te melden? Kortom: wat zijn de achterliggende oorzaken van dit geringe aantal meldingen?
De Arbo-adviseur en de Centrale Veiligheidscommissie bereiden hierover een advies voor. Dit advies zal sterk inzetten op:
- Zorg voor bewustwording van nut en noodzaak van melden.
- Leer nieuwe medewerkers wanneer en hoe zij moeten melden.
- Heb het met elkaar over meldcultuur: wat is helpend en wat is ondermijnend?
Opvallende zaken
We zien een daling van het aantal incidenten dat met agressie te maken heeft. Opvallend zijn ook de twaalf incident meldingen Fysieke Belasting. Acht hiervan vonden plaats op een specifieke locatie.
In het Dossier Agressie en Sociale Veiligheid bespreken we de bovenstaande punten ook. De opdracht van de Arbo-Adviseur is om de Psychosociale Arbeidsbelasting (PSA) in kaart te brengen en onder andere beleid te ontwikkelen voor Cosis. De Arbo-Coördinator en Arbo-Adviseur gaan de incidenten samen met de afdeling Kennis Kwaliteit en Onderzoek nader analyseren.
3.4.3 Zorgalarmering
Voor het leveren van goede veilige zorg is goede zorgalarmering een vereiste. In het rapport van 2020 schreven we dat er zorgen waren over de kwaliteit van telefonie, zorgalarmering en internet. In 2021 is er hard gewerkt aan structurele en betrouwbare oplossingen hiervoor. Hiervoor zijn verbeterplannen gemaakt met de betrokken bedrijven. Uitval van medewerkers van deze bedrijven door corona en problemen met levering van materialen zorgden voor vertraging van dit verbetertraject.
Inmiddels zijn de internetverbindingen op orde, maar zijn er op een aantal locaties nog steeds problemen met de telefonie en zorgalarmering. Daarom is in augustus een onafhankelijk expert ingezet om samen met de betreffende bedrijven te onderzoeken wat de oorzaak van de problemen is. Zoals vaak is dit niet terug te leiden naar één grondoorzaak. Wel is inmiddels duidelijk dat de inrichting van het Cosis netwerk een positief effect op de werking van de zorgalarmering heeft. De bevindingen uit het onderzoek hebben geleid tot een verbeterplan, dat in de eerste helft van 2022 afgerond zal worden.
Om de cliëntveiligheid te garanderen, is op een aantal locaties een tijdelijke oplossing voor met name het telefoonverkeer neergezet. Dit heeft wel als consequentie dat er een extra toestel gedragen moet worden. Onwenselijk, maar niet aan te ontkomen om de bereikbaarheid op deze locaties te verzekeren.
3.5 Cliëntmedezeggenschap
Cosis vindt het belangrijk om de mening van cliënten en verwanten te horen en ook daadwerkelijk iets met die mening te doen. Medezeggenschap van cliënten en verwanten is bij Cosis zowel op lokaal als op centraal niveau georganiseerd. Lokaal door middel van zo’n 150 lokale raden en centraal door middel van een centrale cliëntenraad (CCR) bestaand uit drie deelraden; een deelraad met VB-cliënten, een deelraad met GGZ-cliënten en een deelraad met cliëntvertegenwoordigers. De lokale raden en de CCR worden ondersteund vanuit het team cliëntmedezeggenschap.
In deze constructie ligt een uitdaging merken we in 2021: er is geen cliëntmedezeggenschapsorgaan op clusterniveau, terwijl hier soms wel onderwerpen spelen waarbij advies vragen wenselijk is. De CCR is hierover in gesprek met de Raad van Bestuur.
Versterken van de medezeggenschap
Binnen locaties zijn er verschillen hoe lokale medezeggenschap is georganiseerd. De WMCZ 2018 geeft aan dat daar waar mogelijk een cliëntenraad wordt gevormd door cliënten. Ook moet er meer aandacht zijn voor inspraak van cliënten en verwanten. Met deze uitgangspunten neemt Cosis de lokale medezeggenschap onder de loep. In 2020 hebben we een start gemaakt met 17 lokale raden. Dit heeft door corona ernstige vertraging opgelopen. Reden om in 2021 te kiezen voor een meer projectmatige aanpak. Het opnieuw onder de aandacht brengen van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz) hoort hierbij. Hiervoor is onder andere een e-learning over de Wmcz ontwikkeld.
Betrokken worden bij corona maatregelen
In 2020 vonden de CCR en de lokale raden dat zij niet genoeg betrokken werden bij veranderingen op hun locaties. Deze veranderingen hadden meestal te maken met corona maatregelen. In 2021 is dit meer in balans. Er is bijvoorbeeld gestart met een driewekelijks overleg tussen een afvaardiging van de CCR en een lid van het corona-crisisteam. Daarnaast worden besluiten die snel genomen moeten worden, via de mail aan de CCR aangeboden met het verzoek op korte termijn te reageren. Dit verloopt naar tevredenheid en is voor de CCR een mooie manier om invloed uit te oefenen en voor de organisatie een goede manier om waardevolle input te verkrijgen.
De CCR heeft bij de Raad van Bestuur aandacht gevraagd voor het tijdig informeren en meenemen van lokale raden. In de corona-updates op Cosisnet wordt dit dan ook steeds genoemd. Op een aantal locaties zien we mooie voorbeelden, zoals corona maatregelen bespreken in een bewonersoverleg. Toch blijft cliëntmedezeggenschap op locaties in coronatijd een aandachtspunt.
Sollicitatieprocedure nieuwe bestuurder
Eind 2021 is een afvaardiging van de CCR betrokken geweest bij de sollicitatieprocedure voor een nieuw lid Raad van Bestuur. In eerdere procedures zag de CCR alleen de uiteindelijke geselecteerde kandidaat waarover zij advies konden geven, nu zaten er CCR leden in beide selectiecommissies. Een voor alle leden van de commissies waardevolle ervaring die voor herhaling vatbaar is!
3.6 Klachten
In 2021 zijn 89 klachten binnengekomen bij de Raad van Bestuur en/of klachtenfunctionaris, in januari 2022 staan hiervan nog zes klachten open. Het aantal klachten is in 2021 lager dan in 2020, waarin 103 klachten waren ingediend. Er zijn evenveel klachten ingediend door cliënten zelf als door verwanten: 41 klachten door cliënten en door verwanten. Daarnaast zijn nog zeven klachten ingediend door derden (o.a. buren).
Na binnenkomst van een klacht vraagt de klachtenfunctionaris eerst aan de klager of hij/zij met de betrokken personen in gesprek is geweest. Uitgangspunt is om er in gezamenlijk gesprek uit te komen. Als een cliënt dat wil, kan deze zich laten bijstaan door een cliëntvertrouwenspersoon (CVP). In 2021 is de CVP bij minimaal 19 klachten betrokken. Dit aantal kan hoger zijn, omdat bij de klachtenfunctionaris niet altijd bekend is of de CVP betrokken is.
De meeste klachten, zowel van cliënten als verwanten, gaan over de aard en inhoud van de zorgverlening, in totaal 23 klachten. Als tweede categorie komt klachten over bejegening, vooral ingediend door cliënten zelf. In 2021 ging 11% van de klachten over corona, in 2020 was dit nog 25%.
In 2022 werkt de klachtenfunctionaris aan registratie van klachten in centraal systeem (Zenya). Dit geeft grip op het tijdig afhandelen van klachten. Ook volgt de klachtenfunctionaris zo beter de registratie en opvolging van verbeteracties.
3. 7 Onvrijwillige zorg
In januari 2020 is de Wet zorg en dwang (Wd.) in werking getreden. Het doel van de nieuwe wet is om de cliënt meer bescherming te bieden tegen onvrijwillige zorg en vrijheidsbeperking. Nadat de Wzd in werking is getreden zijn er nog een aantal wijzigingen doorgevoerd. Deze staan in de Reparatiewet Wzd die sinds 6 november 2021 van kracht is. Cosis heeft hier waar nodig het beleid op aangepast.
We zien binnen Cosis een afname van het aantal registraties onvrijwillige zorg. Maar dit hoeft niet te betekenen dat daadwerkelijk minder cliënten in hun vrijheid beperkt worden. Het kan zijn dat medewerkers (nog) niet de juiste inschatting maken waardoor de registraties achterblijven. Komend jaar gaan we ons hierin verdiepen.
We zien dat de clientvertrouwenspersonen Wzd en Wzd-functionarissen regelmatig geraadpleegd worden. Daarnaast consulteren begeleiders en gedragswetenschappers het veiligheidsdossier onvrijwillige zorg met vragen over onvrijwillige zorg.
De Wzd is voorlopig nog een wet in beweging, dat vraagt van Cosis om hierin mee te blijven bewegen, maar we hebben de afgelopen twee jaar al goede stappen gezet.
3.8 Cliëntvertrouwenspersoon
Cliëntenvertrouwenspersonen (CVP) ondersteunen cliënten, verwanten en andere naastbetrokkenen met problemen, waar ze zelf niet meer uitkomen. Cosis heeft twee vertrouwenspersonen in dienst. Sinds 1 januari 2020 zijn er ook twee externe cliëntvertrouwenspersonen vanuit Quasir voor de Wet zorg en dwang (Wzd) beschikbaar voor cliënten. De vier cliëntvertrouwenspersonen werken nauw samen.
Meldingen bij de interne cliëntvertrouwenspersonen
Bij de twee interne cliëntvertrouwenspersonen van Cosis kwamen er in 2021 152 meldingen binnen. Dat zijn er 28 meer dan in 2020 (123). Zo’n 5% van alle kwesties wordt uiteindelijk een officiële klacht en komt bij de klachtenfunctionaris terecht. De CVP kan de client, als deze dat wenst, ondersteunen bij het indienen van een klacht.
De toename van het aantal meldingen doet zich in de volle breedte voor. Er is geen directe verbinding te maken met de effecten van de corona-maatregelen die ook binnen Cosis zijn doorgevoerd. De opvallende toename van meldingen door cliënten met een GGZ-achtergrond in 2020 is niet verder doorgezet en min of meer stabiel. De oorzaak van deze toename van het aantal meldingen bij de cliëntvertrouwenspersonen is niet bekend.
De cliëntvertrouwenspersoon bracht in de Cosispanels naar voren dat de ongeplande zorg en ondersteuningsmomenten onder druk staan. Dit lijkt onder andere te komen doordat medewerkers bijvoorbeeld tijd nodig hebben voor het leren omgaan met het nieuwe computersysteem. Sommige cliënten vallen door minder contact met begeleiders terug in oude ziektebeelden. Zowel cliënten als medewerkers herkennen dit beeld.
Meldingen Wzd cliëntvertrouwenspersonen
In 2021 hebben 15 cliënten een beroep gedaan op de cliëntvertrouwenspersonen Wzd over in totaal 18 kwesties. In 2020 waren dat 10 meldingen door 7 cliënten. 12 meldingen hadden te maken met onvrijwillige zorg en 6 met vrijwillige zorg. Het meest voorkomende onderwerp waar het ging bij onvrijwillige zorg was: een beperking ervaren van het inrichten van het eigen leven. Daarnaast was er een klacht die met de corona maatregelen te maken had. Bij de meldingen rondom vrijwillige zorg ging het om: meedenken bij het niet willen verhuizen of juist wel willen verhuizen. Wanneer nodig werden cliënten verwezen naar de interne CVP van Cosis.
Voorlichting naar cliënten
Er is een flyer met de contactgegevens van de vier cliëntvertrouwenspersonen beschikbaar en een informatief filmpje via YouTube. De cliëntvertrouwenspersonen konden de afgelopen anderhalf jaar vanwege corona helaas niet naar locaties om cliënten te ontmoeten.
Wat vindt het Cosispanel?
- Medewerkers uit het panel vertellen dat de inzet van cliëntvertrouwenspersonen hen helpt om vastgelopen conflicten op te lossen. Daarnaast vermoeden de medewerkers dat de vertrouwenspersoon voor medewerkers nog niet bekend genoeg is.
- Verwanten vragen zich af of de cliëntvertrouwenspersonen bekend genoeg zijn onder cliënten en verwanten. De cliëntvertrouwenspersonen vertellen dat hier hard aan gewerkt wordt, maar dat de bekendheid nog wel vergroot kan worden.
- Cliënten uit het panel vertellen dat de cliëntvertrouwenspersonen bij ambulante cliënten niet zo bekend zijn. Op woonlocaties hangt vaak wel een informatiefolder in een gemeenschappelijke ruimte. Ook vertelt een cliënt uit het panel dat een lastige situatie op zijn locatie met ondersteuning van de cliëntvertrouwenspersoon is opgelost.
3.9 Ontwikkelingen uitgelicht
3.9.1 Programma ervaringsdeskundigheid
Cosis ziet ervaringsdeskundigheid als een belangrijke derde en onmisbare bron van kennis, naast wetenschappelijke en praktijk kennis, die we voor zowel de GGZ als de LVB structureel willen toevoegen aan de zorg voor cliënten. In 2021 startten we met het programma Ervaringsdeskundigheid. Dit programma heeft als doel continuering en uitbouw van activiteiten van ervaringsdeskundigen GGZ en LVB, elk vanuit hun eigen perspectief.
Daarvoor zijn 7 werkgroepen in het leven geroepen met thema’s als: deskundigheidsbevordering, positionering, en zichtbaarheid en vindbaarheid. De werkgroepen zichtbaarheid en vindbaarheid verzorgden een groot aantal online presentaties over ervaringsdeskundigheid voor teams van leidinggevenden en gedragswetenschappers. Ook maakten we filmpjes over ervaringsdeskundigheid. Op die manier vragen we aandacht voor het inzetten van ervaringsdeskundigen binnen de verschillende clusters van Cosis. We willen hiermee bereiken dat deze inzet over een paar jaar een vanzelfsprekendheid is geworden op zoveel mogelijk locaties.
3.9.2 Beschermd Wonen
Vanaf 2015, met de komst van de WMO, gaat de overheid ervan uit dat Beschermd Wonen een tijdelijke voorziening is. Het veranderde landelijke beleid is voor Cosis een kans om kritisch te kijken of we cliënten met een psychische beperking niet te veel ‘eigen regie’ onthouden door hen een woonplek voor het leven te bieden.
Inmiddels zijn we zes jaar verder. We zien in 2021 twee soorten uitstroom uit de Beschermd Wonen-locaties:
- Iets minder dan 50% van de cliënten die het beschermd wonen vaarwelzeggen, krijgt een vorm van ambulante ondersteuning of gaan helemaal zelfstandig wonen.
- Iets meer dan 50% vindt een plek waarbij er sprake is van begeleiding in het kader van de Wet Langdurige Zorg.
Hoewel dit mooie cijfers zijn, komen ze niet overeen met de landelijke verwachting bij het begin van de transitie, namelijk 30% zal kiezen voor langdurige zorg, 70% voor zelfstandiger wonen. Hebben we als organisatie en maatschappij onderschat wat de impact is van een verhuizing in combinatie met een lichtere vorm van begeleiding op een individu? Op deze vragen hebben we de antwoorden nog niet.
Andere vragen die zich aandienen en waar we de komende jaren ook een antwoord op zullen moeten vinden zijn: Onder welk cluster vallen de WLZ GGZ cliënten, wonen of ambulant en bieden we straks ook behandeling binnen WLZ GGZ?
Om deze vragen te beantwoorden zal er een bredere vraag beantwoord moeten worden, namelijk wat onze visie op deze doelgroep is en welke strategie we hiervoor willen uitzetten de komende jaren. Daartoe is er onlangs een project opgestart; ‘Doorontwikkeling strategie voor cliënten met een psychische beperking’. Hierin zullen drie hoofdthema’s uitgewerkt worden:
- Strategische rol en positionering van aanbod voor mensen met een psychische beperking
- Inhoudelijke doorontwikkeling en verankering Woonstart; het inhoudelijke programma waarmee we werken met cliënten met een psychische beperking. Klik hier voor meer informatie over Woonstart; Woonstart › Cosis
- Strategie op Behandeling WLZ-GGZ
Het verhaal van Ramon Snijder
Ramon maakte de overstap van beschermd wonen naar zelfstandig wonen met begeleiding. Hij woont sinds 2020 zelfstandig in een huisje met voor- en achtertuin in een fijne buurt. Daarvoor woonde hij anderhalf jaar in een beschermd wonen voorziening. Hij had het daar naar zijn zin, maar wilde toch meer zijn eigen beslissingen kunnen nemen. Klik op 'toon meer' om het hele verhaal te lezen.
Er brak een drukke tijd aan omdat er veel geregeld moest worden. Alles wat er bij een verhuizing komt kijken. Hij heeft het meeste zelf gedaan. Zijn persoonlijk begeleider was vooral achtervanger.
De grootste uitdaging voor Ramon was of het financieel allemaal haalbaar zou blijken. Daar had hij nog wel zorgen over, omdat in het verleden geldzaken niet helemaal goed waren gegaan. Maar gelukkig kan hij zich nu ook financieel goed redden. Dat hij bij het opknappen van zijn huis en de verhuizing zelf veel hulp heeft gehad van familie, vrienden en contacten via zijn werk was fijn.
Hij krijgt nu nog ca. anderhalf uur begeleiding van zijn persoonlijk begeleider. Daarmee bespreekt hij dingen die hem dwars zitten of waar hij hulp bij nodig heeft. Hij zegt: “Dat is fijn, want het zijn dingen waar ik mijn familie niet mee wil belasten, zoals vroeger. Dit is een professional en die geeft me goed advies, waarmee ik verder kan.” Hij benadrukt dat hij heel goed contact heeft met zijn familie, maar ze niet ongerust wil maken.
3.9.3 Werken Dagbesteding en Leren (WDL)
In het visie- en strategiedocument WDL 2020-2025 staat dat de keuze voor werken, dagbesteding en leren niet zo belangrijk lijkt voor cliënten. Dat is bijzonder, want een dag kan erg lang duren zonder structuur en zinvolle bezigheden en zonder uitzicht op verandering daarin. Een zinvolle invulling van de dag zorgt er vaak voor dat mensen zich beter voelen.
Daarom is het WDL-programma opgezet. Het doel ervan is vooral om meer grip te krijgen op de mogelijkheden voor zinvolle daginvulling voor cliënten, zowel binnen Cosis zelf, als buiten in de maatschappij. Daarbij gaat de aandacht uit naar wat elke cliënt wil en kan leren. De traditionele dagbestedingslocaties bestaan zeker nog wel, maar er zijn inmiddels ook veel andere manieren van daginvulling. Een mooi voorbeeld hiervan zijn drie cliënten die bij een dressuurstal in Emmen werken; (uit KOOS nr. 1 ’22)
Hard werken in de paardenstal
Antwan, Leonie en Winnie werken vier dagen per week bij de dressuur paardenstal Oude Meerdijk in Emmen. Elke dag leren ze meer over dit mooie werken met de grote dieren. Er komt nogal wat bij kijken.
Het is best hard werken. Alle stallen moeten schoon. Er moet veel mest opgeruimd worden. Er moet steeds hooi bijgevuld worden en de paarden moeten gehaald en gebracht worden van en naar de wei.
Paulien is de eigenaar van de dressuur paardenstal. Toen Cosis bij haar kwam met de vraag of er ook werk voor een aantal cliënten was, was ze meteen enthousiast. Ze is dan ook erg blij met de goede extra werk krachten.
Je kan niet zomaar van de een op de andere dag goed met paarden om gaan. Leonie vond het wel even wennen om met zo'n groot dier te lopen. Gelukkig moet ze eerst met pony's oefenen. En dat gaat steeds beter.
Het programma WDL moet Cosis als partner in arbeidsparticipatie op de kaart zetten, bij UWV, de zorgkantoren, de gemeentes, het bedrijfsleven. Ook intern, want bij de andere clusters Wonen en KJG zitten de toekomstige klanten voor de WDL-teams.
De participatieladder
WDL-medewerkers werken met de zogenaamde participatieladder:
De begeleiding kijkt waar talenten, interesses en dromen van een cliënt liggen. Belangrijk is ook dat een cliënt inzicht heeft in waar hij/zij voor kiest. Wat houdt het precies in om in de catering te werken, in de winkel, in de groenvoorziening?
Van medewerkers vraagt het vooral een pionierende houding, met een goed netwerk in de lokale gemeenschap. Met kennis van zaken waar het gaat om regelgeving, zodat cliënten goed voorgelicht worden over de mogelijkheden. Een van de uitgangspunten is: ‘per regio organiseren we in- of extern een keten van werkvelden, waarbij cliënten de participatieladder kunnen doorlopen.’
Belangrijk is ook meer eenduidigheid in werk- en benaderingswijze. Waar je als cliënt ook op zoek bent naar werk of dagbesteding, de bejegening door Cosis-begeleiders is overal gelijk.
Wat wil de werkgever?
De belangrijke andere partner is de werkgever. Wat maakt het voor hem interessant om een cliënt van Cosis in dienst te nemen? Hier is onderzoek naar gedaan door Piet Geert Nicolaij, gedragswetenschapper bij Cosis en lector bij NHL Stenden Leeuwarden. Het kunnen opbouwen van een duurzame arbeidsrelatie is belangrijk, zo blijkt.
We nemen hier een fragment op uit het artikel Hoe succesvol is de participatiebaan? (Sozio 3, september 2020):
‘Als succesfactor voor een duurzame arbeidsrelatie geven de werkgevers aan dat de medewerker heeft bewezen stabiel te zijn in functioneren, betrouwbaar te zijn in de uitvoering van zijn werkzaamheden, gemotiveerd is om de voorkomende taken op te pakken en flexibel is als de werksituatie daarom vraagt. Vaak zijn dit dan ook de voorwaarden om te komen tot een vast arbeidscontract en daarmee een duurzame arbeidsrelatie.
Werkgevers geven daarbij als succesfactor aan, dat het belangrijk is om goed inzicht krijgen in ontwikkelingsmogelijkheden van de werknemer en een directe jobcoach en/of buddy aan te stellen om de werknemer vanaf het begin goed te begeleiden.
Werkgevers geven daarbij als kanttekening aan vaak wel door te willen gaan met de huidige werknemers, maar ook afhankelijk te zijn van landelijke, gemeentelijke of lokale wet- en regelgeving, die zeer verschillend interpretabel is en kan leiden tot demotivatie aan de werkgeverskant.’
Een punt van aandacht: Cosis heeft zelf nog geen cliënten in dienst, maar deze wens is er wel. Een werkgroep bestaand uit medewerkers vanuit cluster Ambulant buigt zich hierover en hoopt in 2022 met een advies/ plan van aanpak te komen.
3.9.4 Ontwikkelingen binnen KJG: inderopvang en onderwijs:
kinderen kansen geven
Cluster KJG zoekt intensief de samenwerking met reguliere kinderopvang en onderwijs. Doel: ieder kind ontwikkelt zich optimaal op een zo regulier mogelijke plek binnen kinderopvang en onderwijs. KJG voegt expertise toe op reguliere plekken zodat deze toegankelijker worden voor kinderen met een extra vraag. Hiermee willen we de toename van de vraag naar dagbehandeling laten afnemen of trajecten verkorten.
Voor kinderen die blijvend een beroep doen op dagbehandeling voegen we onderwijs toe aan hun dagprogramma.
Screening
In Drenthe en Groningen onderzochten screeningsteams wat elk kind nodig heeft om passend naar school te kunnen gaan. Deze teams bestaan uit een onderwijsexpert speciaal onderwijs, een lid van het samenwerkingsverband Passend Onderwijs, een casemanager vanuit de gemeente, en de onderwijscoach en een gedragsdeskundige van Cosis. Hieruit bleek dat meer kinderen best naar school zouden kunnen met extra aandacht en aanpassingen, maar dat dit binnen de scholen op dat moment nog niet realiseerbaar was. Gevolg: te weinig doorstroom- en groeimogelijkheden voor kinderen, vergeleken met het landelijke beeld wat hiervan is.. Samen met andere aanbieders, gemeenten, samenwerkingsverbanden en onderwijs ontwikkelen we nieuwe mogelijkheden. Dit vraagt een andere manier van denken (ook qua financiering) en een lange adem van alle betrokkenen.
Resultaten
Er is steeds meer bewustwording van het feit dat de inzet van Jeugdhulp in onderwijs bij kan dragen aan het verruimen van mogelijkheden voor kinderen in onderwijs. Ook is er het besef bij alle deelnemers aan de screening, dat voor een verdere ontwikkeling alle genoemde partijen van belang zijn.
Bijvoorbeeld is er in het speciaal onderwijs in Hoogeveen nu meer ruimte en mogelijkheid voor jonge KDC-kinderen om in te stromen in de kleutergroepen van school. Resultaat daarvan is ook, dat Cosis ook in het regulier onderwijs in Hoogeveen een jeugdhulpprofessional inzet vanaf schooljaar 2020-2021. Vanaf 2022 zal dit verder uitgebreid worden, ook in andere regio`s.
Klik hier voor meer informatie over deze samenwerking.
Centrum voor Scholing en Training
In 2021 nam Cosis het Centrum voor Scholing en Training-(CST) van Reik in Winschoten over. Het centrum richt zich op schooluitvallers; eerst door ambulante begeleiding te geven en weer structuur in het leven te brengen en dan stap voor stap richting school, indien nodig via het CST. De infrastructuur staat voor een deel. Er zijn nog veel stappen te zetten, maar inmiddels gaan er meer kinderen naar school dan bij de start van het project. Klik hier voor meer informatie over dit centrum.
3.9.5 Verpleegkundige deskundigheid
Cosis voorziet dat de hulpvraag van bepaalde cliëntgroepen (persona’s Geesje, Priscilla, Samira en oude Wim) toeneemt, complexer en onvoorspelbaarder wordt. In 2015 werden de eerste twee praktijkverpleegkundigen aangesteld; in het eerste coronajaar volgde de triagedienst. De interne en externe auditoren onderschrijven de behoefte aan verpleegkundige deskundigheid. In oktober 2021 startte de pilot Verpleegkundige expertise in Zuidwest Drenthe. De pilot loopt door tot april 2022.
Doelstelling is om over vijf jaar een of meerdere thuisteams verpleegkundigen te hebben die in de regio’s de locaties ondersteunen bij het bieden van verpleegkundige ondersteuning. Door overdracht van kennis en kunde aan begeleiders zullen zij in staat zijn een verpleegkundige zorgvraag te herkennen en (een deel) van de verpleegkundige zorg zelf te leveren. De eerste ervaringen zijn positief. Verpleegkundigen merken nu al dat begeleiders hen weten te vinden, dit leidt tot betere zorg aan cliënten.
3.9.6 Het Groninger Zorgakkoord
Met het GZA werkt Cosis aan toekomstbestendige zorg!
In het aardbevingsgebied in het noorden van Groningen werken zeven zorgorganisaties met woningcorporaties, gemeenten, het Zorgkantoor en lokale bevolking aan het organiseren van toekomstbestendige zorg. Hiervoor is het Groninger Zorg Akkoord (GZA) gesloten. Naast schade aan gebouwen door aardbevingen nemen de zorgvragen in de komende twintig jaren toe terwijl het aantal medewerkers in de zorg afneemt. Door de samenwerking en het toepassen van innovatie in de zorg worden maatregelen genomen om de zorg ook in de toekomst op een goede manier te leveren met een goede kwaliteit.
Cosis werkt aan vier nieuwbouwprojecten. Dat doet zij in Uithuizen samen met Noorderzorg en Lentis, in Delfzijl met Zonnehuis groep Noord en in Appingedam met ‘s Heerenloo, de Zijlen en de Delta-school. In 2021 is met adviseurs en architecten gewerkt aan het ontwerp van de gebouwen. Ook is er veel aandacht geweest voor de manier waarop we de samenwerking zo inrichten dat het het best past bij het organiseren van de zorg. Daarvoor zijn collega’s van de samenwerkende organisaties in gesprek om een visie te ontwikkelen en waar het kan om nu al samen te werken. Waar het ondanks de beperkingen door Covid kan, kijken we al bij elkaar in de keuken. Hierdoor ontstaat meer zicht op elkaars werk en op mogelijkheden van samenwerking. Ook zijn collega’s van facilitaire diensten met elkaar in gesprek over het organiseren van gezamenlijk inkoop, gezamenlijke onderhoud, schoonmaak en dergelijke.
Cosis levert afgevaardigden vanuit verschillende afdelingen om binnen het GZA uitvoering te geven aan innovatie. Het gaat om aantrekkelijk werkgeverschap, eHealth en Dominica, het mobiliseren en inzetten van informele zorg en over duurzaam en gezonde voeding. In de verschillende projecten wordt afhankelijk van de behoefte uitvoering gegeven aan de innovatiethema’s. Al deze voorbereidingen zijn nodig om over een jaar of vier de nieuwbouw gereed te hebben, de samenwerking tussen organisaties te intensiveren en de innovaties verder toe te passen.
Meer informatie vind je op de website van het Groninger Zorgakkoord.