Spring naar inhoud

Zorgproces rond de individuele cliënt

3.1 Methodisch werken

Op de locaties binnen Cosis wordt gewerkt met een van de acht door Cosis vastgestelde basismethodieken, met het doel voorspelbaarheid in ondersteuning voor cliënten te vergroten en medewerkers meer grip te geven op hun werk.

We zien dat sommige locaties en cliëntengroepen de afgelopen jaren wat veranderd zijn. Dat roept soms de vraag op of de methodiek nog passend is. Die vraag kan lastig te beantwoorden zijn. Om deze vragen, maar ook vragen op het gebied van implementatie te beantwoorden, is eind 2022 de ‘Methodiekcommissie’ opgestart. Deze commissie volgt ontwikkelingen op gebied van de gekozen basismethodieken en op het gebied van aanvullende methodieken. Ook signaleert en adviseert de commissie op het gebied van implementatie van het werken met basismethodieken op de locaties. Dit blijft een proces wat voortdurend aandacht vraagt. 

In 2022 is Cosis Triple C gecertificeerd. Triple-C is een behandelmodel voor mensen met een verstandelijke beperking en gedragsproblemen. De drie C’s staan voor Cliënt, Coach en Competentie. Triple-C neemt niet het probleemgedrag, maar de menselijke behoeften als uitgangspunt. Doel van Triple-C is ‘het gewone leven ervaren’, met alles wat daarbij hoort: een plek waar je je veilig en thuis voelt, mensen waarop je kunt bouwen en een betekenisvolle invulling van de dag. 

Het bijbehorende nieuwsbericht op onze website

Klik op 'toon meer'.

Cosis is Triple C gecertificeerd!

Een mooie dag waarbij we trots mogen zijn op het resultaat. Dat was de uitkomst van een CCE (Centrum voor Consultatie en Expertise) ontwikkelgesprek bij woon-werkboerderij Peest. Doel van de dag was het doorontwikkelen en versterken van de Triple-C methodiek.

Jarenlange toepassing Triple-C

Cosis is al jaren op verschillende locaties bezig met het implementeren van de Triple-C methodiek. Deze methodiek gaat uit van een menswaardige omgeving, menselijke behoeften, gehechtheid en een betekenisvolle daginvulling: ‘het gewone leven’.

Het ontwikkelgesprek werd gevoerd door Dick van de Weerd als CCE-consulent. In de ochtendsessie werden de allernieuwste weetjes gedeeld en in praktijkopdrachten toegepast. In de middag volgde een gesprek met de Cosis ‘sleutelfiguren’ van de behandeling. O.a. Jasper Hooiveld (leidinggevende intensieve zorg, Triple C), Nanette Witte-van der Laan en Elly Spoelder (gedragswetenschappers), Wouter Bouw, Bart Kruimink en Tim Sieders (teamcoördinatoren B) bespraken hoe je de methode als ‘best practice’ zichtbaarder kunt maken binnen Cosis.

Binnen Cosis wordt de Triple-C methodiek modelgetrouw door passievolle professionals gehanteerd. Collega’s van de betrokken locaties bewezen dat ze voldoende kennis en ervaring  hebben met de methodiek om het keurmerk te kunnen dragen. Daarnaast dragen ze die kennis en ervaring via trainingen over aan collega’s. Cosis is nu een van tien organisaties in Nederland met het keurmerk.

De locatie Peest biedt Triple-C als een goede toepassing voor in hun vak doorgegroeide collega’s, maar ook voor zij-instromers. De levenservaring van zij-instromers wordt benut en ze krijgen daarbij begeleiding om zich in hun professie te kunnen ontwikkelen.

Triple-C: Menselijke behoeften als uitgangspunt

Triple-C is een behandelmodel voor mensen met een verstandelijke beperking en gedragsproblemen. De drie C’s staan voor Cliënt, Coach en Competentie. Triple-C neemt niet het probleemgedrag, maar de menselijke behoeften als uitgangspunt. Doel van Triple-C is ‘het gewone leven ervaren’, met alles wat daarbij hoort: een plek waar je je veilig en thuis voelt, mensen waarop je kunt bouwen en een betekenisvolle invulling van de dag.

Dat is waar coaches (begeleiders) en cliënten elke dag samen aan werken. Wanneer dat lukt, krijgen cliënten steeds meer vertrouwen. In zichzelf, in de ander en in hun omgeving. Stress en probleemgedrag verdwijnen naar de achtergrond. De methode is ontwikkeld door ASVZ – zorgorganisatie in Zuidwest Nederland voor iedereen met een verstandelijke beperking.

Zelfreflectie en bewustzijn

Om succesvol met de methode te kunnen werken, is veel zelfreflectie door de begeleiders nodig. Je moet je bewust zijn van jezelf: je moet je eigen stressniveau niet laten oplopen, zodat je sensitief kunt reageren op het gedrag van de cliënt. Om een onvoorwaardelijke ondersteuningsrelatie aan te kunnen blijven gaan, reflecteer je constant op je eigen gedrag als begeleider.

Vragen als: "Wat heb ik gemist in het getoonde gedrag van de cliënt?" "Wat doet het met mij?" "Wat heb ik ervoor nodig om het een volgende keer wel te laten slagen?" zijn vragen die doorlopend bij de behandeling en begeleiding jouw leiding en richting geven.

3.2 Zorgplannen

De in paragraaf 3.1 beschreven methodieken gebruiken we als basis voor het opstellen van de zorgplannen. De doelen in het zorgplan worden geformuleerd aan de hand van de methodiek. Het streven is dat cliënten na zes weken in zorg te zijn een zorgplan hebben. Het zorgplan is niet ouder dan een jaar (actueel zorgplan) De afspraak is dat er binnen cluster ambulant minimaal 80% geldige zorgplannen zijn en binnen cluster KJG en wonen minimaal 85% geldige zorgplannen zijn.

In 2023 gaan we deze deelindicatoren opnieuw beoordelen. Volgens de laatste gegevens over 2022 ziet het overzicht geldige zorgplannen er per cluster er als volgt uit:

  • Ambulant 74,20%
  • KJG: 77,70%
  • Wonen 80,60%
  • Cosis breed 76,90%
    (Bron: kwartaalrapportage Q4)

Key-users

Sinds 2021 zijn er twee werkgroepen key users ONS actief binnen Cosis. Een groep die voornamelijk bestaat uit begeleiders uit verschillende clusters en een groep behandelaren vanuit het CEC. Onderling is er overleg bij gezamenlijke raakvlakken. Voornaamste taak: volledig en juist gebruik van ONS onder begeleiders en behandelaren verbeteren door middel van uitvoeren van dossiercontroles. Maar ook het geven van scholing gericht op het gebruik van ONS, zowel technisch als inhoudelijk.

De inzet van de key users heeft een positief effect op de kwaliteit van de dossiers. Met name in het op orde hebben van de afzonderlijke deelindicatoren van het zorgplan is dit goed terug te zien. Dit geeft een stabiele basis om ONS in 2023 meer te richten op zorginhoud. In de teamreflecties geven medewerkers wel aan dat ze het werken met ONS nog niet helemaal in de vingers hebben. Reden om hier wel aandacht voor te blijven hebben. 

3.3 Veilig leven en werken

Aandachtspunt voor 2022 was: Zorg ervoor dat nieuwe medewerkers ook goed weten wanneer en hoe zij moeten melden. Met name wat betreft de MIM-meldingen (melding incident medewerker) is hiervoor aandacht gevraagd in teams. 

3.3.1 Veiligheidsstructuur en -beleid

Cosis wil een omgeving bieden waar cliënten en medewerkers veilig kunnen leven en werken. Daarbij hoort een cultuur die veilig genoeg voelt om zaken die niet goed gaan te melden. Daarbij horen ook een ondersteunende structuur en systemen die helpend zijn om incidenten te melden, te bespreken en te analyseren. Met als doel leren van wat niet goed gaat en verbeteringen doorvoeren.

Veiligheidscommissies
In 2022 is een start gemaakt met het vergroten van de rol van de veiligheidscommissies van de clusters en het inrichten van commissies voor het CEC en CSC. We hopen hiermee organisatiebreed veiligheidsrisico's voor cliënten en medewerkers sneller en beter in beeld te hebben en daar waar mogelijk te voorkomen.

Naast de veiligheidscommissies zijn er ook veiligheidsdossiers. In 2022 is het veiligheidsdossier Hygiëne en Infectiepreventie toegevoegd, omdat daar behoefte aan was. Daarmee zijn er nu acht veiligheidsdossiers. De andere zeven zijn Agressie & sociale veiligheid, ARBO, Gebouw & veiligheid, Medisch, Onvrijwillige zorg, Suïcidepreventie en Preventie seksueel misbruik. In 2023 wordt onderzocht of dit nog de thema’s zijn die een veiligheidsdossier vereisen en of er thema’s ontbreken waar wel vraag naar is. 

3.3.2 Meldingen Incidenten met cliënten (MIC)

In deze paragraaf belichten we eerst de meldingen waarbij cliënten betrokken zijn, daarna de meldingen waarbij medewerkers betrokken zijn.

In vergelijking met 2021 verschillen de cijfers van de eerste twee kwartalen niet zoveel. De cijfers van kwartaal drie en vier liggen in 2022 echter aanmerkelijk hoger. Vooral de sterk gestegen aantallen incidenten rondom medicatie en agressie vallen daarbij op.

Een eenduidige verklaring hiervoor is er niet. Er is (nog) geen sprake geweest van een campagne om MIC-meldingen te stimuleren. Mogelijk heeft de MIM-campagne er wel iets aan bijgedragen. Binnen de afzonderlijke zorgclusters is dezelfde stijgende lijn zichtbaar. Bij de clusters KJG en Wonen is de stijging forser dan bij cluster Ambulant.

In 2023 wil de veiligheidscommissie KJG zich richten op twee thema's: ‘agressie bij ouder/kind-huis’ en ‘seksueel grensoverschrijdend gedrag’.

Binnen cluster Ambulant wordt in 2023 onderzocht of verzwaring van de hulpvraag van Wlz-GGZ cliënten ervaren wordt en wat hierop een passend antwoord is.

Binnen cluster Wonen ligt de focus van de veiligheidscommissie in 2023 op de rubrieken ‘agressie’, ‘medicatie’ en ‘vallen’. De clusterdirecteur wordt meer dan voorheen betrokken bij besluitvorming over de uit te voeren acties. Dit laatste geldt ook voor cluster Ambulant.

Zie de bijlage voor meer cijfers rondom MIC-meldingen.

Meer informatie over medicatie digitaal aftekenen

Klik op 'Toon meer'.

Medicatie digitaal aftekenen

Vanuit het landelijk programma ´Samen voor medicatieveiligheid´ is vastgesteld dat organisaties als Cosis maximaal 5 jaar de tijd krijgen om het aftekenen van medicatie digitaal op orde te hebben. Met een elektronische toedienregistratie (eTDR) kunnen zorgprofessionals medicatie digitaal aftekenen voordat zij het toedienen. Met een eTDR beschik je altijd over een actuele medicatielijst en kan je ook dubbele controle van risicovolle medicaties vastleggen. Digitaal aftekenen zorgt voor minder medicatie-fouten en is daardoor veiliger. 

Een projectgroep onderzoekt hoe Cosis digitaal aftekenen het beste kan invoeren. We zijn begonnen met een pilot waarin we op vier locaties twee verschillende systemen uitproberen. 

De medewerkers van deze locaties hebben de medicatie voor de cliënten digitaal afgetekend in plaats van op papier. Zij merken dat er minder fouten worden gemaakt. Er wordt bijvoorbeeld minder vaak vergeten om medicatie af te tekenen. Ook zorgt het voor een beter overzicht op welke medicijnen iemand moet hebben.

We hebben een keuze gemaakt voor één van de systemen en breiden het digitaal aftekenen uit naar alle Wlz-locaties. In 2023 doen we onderzoek naar digitaal registreren binnen BW en ATC, ambulant, dagbesteding, EC en logeerhuizen. Voor cliënten die hun medicatie helemaal zelf in beheer hebben geldt dit niet.

Onderzoek en meldingen aan toezichthouder

Binnen Cosis hebben we de werkwijze dat teams zelf de eerste reflecties en analyses maken van incidentmeldingen. In een aantal situaties worden deze meldingen opgeschaald naar onderzoek.  Voor een aantal situaties geldt dat Cosis hier melding van moet maken bij een toezichthouder; de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) of de toezichthouder van de gemeente. In 2022 was dat twee het geval.  In 2022 zijn in totaal 23 cases voorgelegd aan het team Incidentonderzoekers. De verdeling over de clusters is daarbij als volgt: 11x Wonen, 10x Ambulant en 2x KJG. Zie voor meer cijfers rondom onderzoek en meldingen aan toezichthouders de bijlage met de tabellen.

3.3.3 Meldingen incidenten Medewerkers (MIM)

Ten opzichte van 2021 zijn er in 2022 veel meer meldingen incidenten medewerkers (MIM) gedaan. Dit vinden we een positieve ontwikkeling. In het kwaliteitsrapport van 2021 schreven we namelijk dat we het aantal meldingen van medewerkers laag vonden voor een grote organisatie als Cosis. Dit riep vragen op als: ‘Worden incidenten als zodanig herkend? Is er bij de medewerkers een gevoel van urgentie om te melden?’

In 2022 hebben we daarom een aantal acties ondernomen:

  • De arbo-adviseurs hebben alle thuisteams bezocht om uitleg te geven over nut en noodzaak van het registreren van MIM’s,
  • Aandacht geven aan melden tijdens de overleggen met de aandachtsfunctionarissen,
  • Vanuit de Centrale VeiligheidsCommissie (CVC) is een deelgroep bezig met een plan van aanpak MIC/MIM samen met KKO.

Mede door de bovenstaande interventies is er meer bewustwording bij de medewerkers. Het creëren van een veilige meldcultuur is echter van meerdere factoren afhankelijk.  Denk hierbij bijvoorbeeld aan een veilige werkomgeving en sociale veiligheid. Arbo en KKO trekken gezamenlijk op om nut en noodzaak van melden goed onder de aandacht te brengen binnen de teams.  We blijven elkaar hierin versterken.

Er zijn relatief veel meldingen in de categorie ‘Overig’, bij zowel incidentmeldingen cliënten als medewerkers. Voor een betere analyse kan het goed zijn om incidenten rondom bijvoorbeeld middelengebruik als aparte categorie te registreren.

Voor meer cijfers rondom MIM-meldingen zie de bijlage met tabellen.

3.4 Inspraak en medezeggenschap cliënten en verwanten

Cosis vindt het belangrijk om de mening van cliënten en verwanten te horen en ook daadwerkelijk iets met die mening te doen. Medezeggenschap van cliënten en verwanten is bij Cosis zowel op lokaal als op centraal niveau georganiseerd. Lokaal door middel van ongeveer 150 lokale raden en centraal door middel van een centrale cliëntenraad (CCR). Bekijk ook deze pagina op de website voor meer informatie over cliëntmedezeggenschap. 

Lokale medezeggenschap versterken

Volgens de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018 (Wmcz) moet een cliëntenraad waar dat kan bestaan uit cliënten. En er moet meer aandacht zijn voor inspraak van cliënten en verwanten. Met deze uitgangspunten neemt Cosis de medezeggenschap onder de loep. Hiervoor zijn in 2020 eerst 17 locaties geselecteerd. Door corona en door prioritering van andere zaken op locaties heeft dit traject vertraging opgelopen.

In 2022 hebben we een projectgroep ingericht en zijn vervolggesprekken gevoerd op meerdere locaties met cliënten- en familieraden en zijn er stappen gezet richting een bij de locatie passende vorm van medezeggenschap. De projectgroep monitort, is een vraagbaak voor knelpunten en denkt/helpt mee deze op te lossen. In 2023 willen we zorgen dat dit onderwerp prioriteit krijgt op locaties en willen we de versterking van inspraak en medezeggenschap verder uitbreiden. Een belangrijk aandachtspunt bij het versterken van inspraak en medezeggenschap is de bekendheid van de Wmcz op locaties. We merken dat op sommige locaties, bijvoorbeeld na wisseling van leidinggevenden, de kennis over de Wmcz niet op orde is en de cliëntenraad niet goed in positie komt. We hebben hiervoor onder andere een e-learning over de Wmcz ontwikkeld, deze vind je op deze website

Centrale cliëntenraad (CCR)
Aandachtspunt vanuit de CCR in 2021 was Medezeggenschap op clusterniveau, hoe gaan we hier mee om? In 2022 CCR heeft hierover gepraat met de Raad van Bestuur. Afspraak: de clusterdirecteuren laten aan de RvB weten als er advies- of instemmings-plichtige onderwerpen zijn binnen hun cluster. De CCR krijgt de advies- of instemmingsaanvraag via de RvB.

De centrale cliëntenraad (CCR) heeft in 2022 nagedacht over meer contact met de achterban, de lokale raden van Cosis. De werkgroep ‘contact met de achterban’ heeft via de CCR-nieuwsbrief aan de lokale raden gevraagd wat hun ideeën hierover zijn. Ook zijn er online achterban bijeenkomsten georganiseerd. In 2023 gaat de CCR dit contact met de achterban verder uitbreiden. Daarnaast heeft de CCR in 2022 vier themabijeenkomsten gehad met de Raad van Bestuur over medezeggenschap, inclusie, Werken, Dagbesteding en Leren (WDL) en over de inzet van personeel. In 2023 gaan we hiermee door.

3.5 Klachten

Doordat de vaste klachtenfunctionaris door omstandigheden uitviel en er vervanging moest komen, zijn er wat haperingen ontstaan in het proces van registratie en monitoring van afhandeling van klachten. Het opzetten van een werkend systeem (Zenya) voor registratie van klachten en het tijdig afhandelen ervan heeft hierdoor vertraging opgelopen. Ook de registratie en het kunnen monitoren op de opvolging van verbeteracties heeft hiervan te lijden gehad.

In 2022 zijn 82 klachten binnengekomen bij de Raad van Bestuur en/of klachtenfunctionaris. Het aantal klachten is in 2022 lager dan in 2021, toen zijn 89 klachten ingediend. Er zijn 38 klachten ingediend door cliënten en 33 door verwanten of wettelijk vertegenwoordigers. Daarnaast zijn nog 11 klachten ingediend door derden (o.a. buren).

Na binnenkomst van een klacht vraagt de klachtenfunctionaris eerst aan de klager of hij/zij met de betrokken personen in gesprek is geweest. Uitgangspunt is om er in gezamenlijk gesprek uit te komen. Als een cliënt of verwant dat wil, kan deze zich laten bijstaan door een cliëntvertrouwenspersoon.

De meeste klachten, zowel van cliënten als verwanten, gaan over de aard en inhoud van de zorgverlening, in totaal 23 klachten. Als tweede categorie zien we klachten over overlast, vooral ingediend door buren.

Er zijn twee klachten doorgezet naar de Geschillencommissie, beide in november 2022. Voor een klacht is een schikking getroffen tussen klagers en Cosis. De tweede klacht is in november 2022 aangemeld door klagers en op 20 januari 2023 in behandeling genomen door de Landelijke Geschillencommissie. Deze zaak loopt nog.

Klik op de afbeelding om te vergroten

3.6 Onvrijwillige zorg

Binnen Cosis vinden we het monitoren van onvrijwillige zorg erg belangrijk, daarnaast is het ook wettelijk verplicht. Het grootste deel van de onvrijwillige zorg kan worden voorkomen met vrijwillige afspraken en begeleiding in de driehoek van cliënt, naaste en professional. Daarin ondersteunt het stappenplan begeleiders en behandelaren bij het maken van de juiste afweging en de inzet van alternatieven. Daar worden we steeds beter in, maar het lukt niet altijd.

In 2022 is bij 386 cliënten een maatregel ingezet waarbij het stappenplan werd gehanteerd. Bij 89 cliënten ging het om een vorm van onvrijwillige zorg. Uitgesplitst naar soorten onvrijwillige zijn enkele lichte verschuivingen te zien. Hierbij valt op dat maatregelen rond het beperken van de bewegingsvrijheid het meeste voorkomen. In de totale zorgverlening is het gedeelte van onvrijwillige zorg gelukkig klein.

Cosis laat externen meekijken (Dekra audit en Cliëntvertrouwenspersonen van Quasir). Klachten over het mogelijk niet goed naleven van de WZD kunnen neergelegd worden bij KCOZ (klachtencommissie onvrijwillige zorg), zie ook hoofdstuk 3.7. We leren daarvan en werkwijzen worden doorlopend verbeterd.

Door voorlichting en training, het Cosis Kennis café en ‘Wet zorg en dwang on tour’ besteden we steeds aandacht aan de Wzd. In de (leer)besprekingen wordt het begrip ‘verzet’ telkens aan de orde gebracht door gedragswetenschappers. Leidinggevenden en Pb’ers worden ondersteund in het adequaat registreren en monitoren van lopende onvrijwillige zorg.

3.7 Cliëntvertrouwenspersonen

Cliëntvertrouwenspersonen (CVP) ondersteunen cliënten, verwanten en andere naastbetrokkenen met problemen, waar ze zelf niet meer uitkomen. Cosis heeft twee vertrouwenspersonen in dienst en daarnaast zijn er ook twee externe cliëntvertrouwenspersonen vanuit Quasir voor de Wet zorg en dwang (Wzd) beschikbaar voor cliënten. De cliëntvertrouwenspersonen vanuit Quasir worden alleen ingezet bij melding die vallen onder de Wzd en dus te maken hebben met onvrijwillige zorg. Alle vier vertrouwenspersonen werken nauw samen en hebben een korte lijn naar elkaar. Cliënten hoeven niet te kiezen. Er wordt zo nodig doorverwezen naar de juiste persoon.

Meldingen bij de interne cliëntvertrouwenspersonen 
Bij de twee interne cliëntvertrouwenspersonen van Cosis kwamen er in 2022 rond de 180 meldingen binnen. Dat zijn er meer dan in 2021 (152). Zo’n 5 % van alle kwesties wordt uiteindelijk een officiële klacht en komt bij de klachtenfunctionaris terecht. De toename van het aantal meldingen doet zich in de volle breedte voor. De oorzaak van de toename van het aantal meldingen bij de cliëntvertrouwenspersonen kan niet direct worden getoetst. Wel valt op dat er een hoog ziekteverzuim is en veel wisselingen (verloop) bij zowel begeleiders als ook bij leidinggevenden. Dit zorgt voor onrust bij cliënten, wat ook naar voren komt bij de incidentmeldingen. Ook het Cosispanel herkent dit: het opbouwen van een vertrouwensband tussen cliënt en begeleider is lastig. Meldingen die vaker voorkomen zijn: gebrek aan een luisterend oor, te weinig aandacht en het gevoel niet serieus genomen te worden. Zie ook de uitkomsten van het cliëntervaringsonderzoek.

Meldingen cliëntvertrouwenspersonen Wet zorg en dwang (Wzd)
In 2022 hebben acht cliënten een beroep gedaan op de cliëntvertrouwenspersonen Wzd over in totaal negen kwesties. In 2021 waren dat 18 meldingen door 15 cliënten. Vijf kwesties hadden te maken met onvrijwillige zorg en vier met vrijwillige zorg. Een kwestie is voorgelegd aan de KCOZ (klachtencommissie onvrijwillige zorg), de klacht is gegrond verklaard. Het meest voorkomende onderwerp waar het om ging bij onvrijwillige zorg was: toepassen van onvrijwillige zorg zonder dat daar goed afspraken over gemaakt waren en vastgelegd. Bij de meldingen rondom vrijwillige zorg ging het om: meedenken bij het niet willen verhuizen of juist wel willen verhuizen, luisterend oor bieden. Wanneer nodig werden cliënten verwezen naar de interne CVP van Cosis. 

Voorlichting
Er is een flyer met de contactgegevens van de vier cliëntvertrouwenspersonen beschikbaar en een informatief filmpje via YouTube. Het ontbrak de cliëntvertrouwenspersonen aan tijd om locaties te bezoeken, hoewel ze weten dat het voor cliënten goed werkt om met hen kennis te maken. 

Klik op de afbeelding om te vergroten

3.8 Ontwikkelingen uitgelicht

3.8.1 Voortgang programma Ervaringsdeskundigheid

Cosis ziet ervaringsdeskundigheid als een belangrijke derde en onmisbare bron van kennis, naast wetenschappelijke en praktijk kennis, die we voor zowel de GGZ als de LVB structureel willen toevoegen aan de zorg voor cliënten. In 2021 startten we met het programma Ervaringsdeskundigheid. Dit programma had als doel continuering en uitbouw van activiteiten van ervaringsdeskundigen GGZ en LVB, elk vanuit hun eigen perspectief. In 2022 hebben de verschillende werkgroepen uit het programma Ervaringsdeskundigheid verder gewerkt aan het o.a. meer zichtbaar en bekend maken van de inzet ervaringsdeskundigheid binnen Cosis. Er is nu bijvoorbeeld een pagina over ervaringsdeskundigheid op Cosisnet en er staat informatie op de website

Een mooie ontwikkeling is dat ervaringsdeskundigheid ook binnen de ondersteunende diensten meer bekendheid krijgt. De Arbo-adviseur werkt bijvoorbeeld samen met een ervaringsdeskundige GGZ op het gebied van onder andere trauma-opvang. Ook hebben ervaringsdeskundigen LVB een succesvolle presentatie gegeven op de inspiratiedag van het Cosis Service Centrum.

‘De ervaringsdeskundigen hebben mij tijdens de inspiratie dag nog meer dan ik al was, geïnspireerd om cliënten actief deel te laten nemen aan facilitaire taken.’
‘Prachtig om te ervaren voor wie we als ondersteunende diensten ons werk doen. Zo leren wij wat onze cliënten belangrijk vinden. Samen, we doen het vooral samen.’

Het programma Ervaringsdeskundigheid is eind 2022 afgesloten, onderwerpen die nog niet zijn afgerond worden meegenomen in de jaarplannen van de ervaringsdeskundigen GGZ en LVB. De bekendheid en  hoe en wanneer de inzet van ED-ers ondersteunend is blijft een speerpunt voor de komende jaren.

‘Je kunt vaak meer dan je denkt. Alleen moet je het wel eerst proberen. Dit verhaal vertel ik ook op scholen. Zo heb ik op de Hanzehogeschool een presentatie gegeven aan studenten van Social Studies, de begeleiders van de toekomst. Hen vertelde ik hoe belangrijk het is om cliënten ruimte te geven. Ja, je kunt mij behoeden voor teleurstellingen, maar laat het me vooral proberen. Niet alles lukt. Soms ga je op je bek. Maar daar leer je uiteindelijk het meeste van.’

3.8.2 Wmo Beschermd Wonen

In 2021 startten we met de “Doorontwikkeling van de strategie voor cliënten met een psychische beperking”. Het afgelopen jaar zijn hierin mooie stappen gezet. Eén van de deelprojecten is de doorontwikkeling van Woonstart, de visie en werkwijze zoals deze voor cliënten met een psychische beperking wordt ingezet. Hierover lees je ook op onze website. We onderzochten of de huidige situatie ook overeenkomt met de wenselijke situatie (afgesproken beleid). Daarvoor interviewden we zowel begeleiders als cliënten. De Hanzehogeschool was hierbij betrokken. In grote lijnen is de uitkomst dat daar waar de werkwijze goed geïmplementeerd is, men er tevreden over is: het geeft richting en biedt een compleet pakket. We zien echter ook dat er locaties zijn waar het werken met Woonstart níet goed geïmplementeerd is. Wat hiervan de oorzaak is gaan we onderzoeken, zodat we vervolgstappen kunnen zetten.

Cliënten geven aan dat ze graag met een digitale versie zouden willen werken, in plaats van met een fysieke koffer. We zijn nu met een ontwikkelgroep aan de slag gegaan om de eerste versie hiervan in 2023 op te kunnen leveren.

3.8.3 Werken Dagbesteding en Leren (WDL)

Cosis heeft veel WDL-locaties in Drenthe en Groningen We vinden het belangrijk dat die WDL-locaties van Cosis duidelijk herkenbaar zijn. Dit doen we door te werken vanuit een gezamenlijke visie: We vinden het belangrijk dat cliënten een goede plek hebben in de maatschappij én iedereen telt mee'. Om dat voor elkaar te krijgen maken we afspraken met elkaar. Dit zijn een aantal van die afspraken:

We zorgen er ook voor dat cliënten die dat willen een opleiding kunnen volgen

Klik op 'toon meer' voor een artikel over doorleren als je een beperking hebt. 

Zes jong volwassenen van Cosis WDL in Appingedam en omgeving zijn weer naar school gegaan. Dat klinkt niet als iets bijzonders, maar toch is dat voor deze doelgroep wel het geval. Doorleren na hun 18e is helemaal niet zo vanzelfsprekend. En toch is de behoefte erg groot. Het Noorderpoort en Cosis vonden een prachtige oplossing: Maatwerk op School.

Veel mensen met een (lichte-) verstandelijke beperking die op hun 18e van school komen, dreigen in een gat te vallen. Waar leeftijdsgenoten vaak een beroepsopleiding kiezen of doorleren, komen mensen met een beperking in de dagbesteding terecht of thuis te zitten. Lisette van der Veen is teamcoördinator bij Cosis WDL en besprak dit hiaat met een aantal cliënten. Samen bedachten ze dat het fijn zou zijn als er leer- en ontwikkelmogelijkheden gecreëerd zouden kunnen worden voor mensen met een verstandelijke beperking. Er werd contact gezocht met Tonnie Postma van Noorderpoort Appingedam. Zij begreep de noodzaak achter de vraag en vond een mogelijkheid, de benodigde financiën en een leerkracht voor het opzetten van een pilot. Er werd een naam gevonden voor het initiatief: Maatwerk op School. Vanaf 2020 (tijdens corona lessen via skype gevolgd) gingen zes studenten elke week naar ’t Noorderpoort aan de Opwierderweg om les op maat te krijgen. 


Lisette: ‘Les op maat betekent dat de studenten kunnen aangeven wat ze willen leren. Op basis van die wens wordt een lesprogramma samengesteld. Nagenoeg iedereen bij Maatwerk op School heeft vanuit WDL een link met een extern werkbedrijf. Marcel, bijvoorbeeld, werkt bij GroenRijk Eemsdelta. Als hij in het magazijn werkt vindt hij het lastig om cijfers van artikelen op een goede manier te registreren. Dit is voor hem een leerdoel bij MoS. Hij heeft geleerd om cijfers goed te lezen. Dat heeft hem enorm geholpen en nu kan hij zijn werk nog zelfstandiger doen. Mijn naamgenoot Lisette werkt bij restaurant de Basiliek. Zij wilde graag beter leren recepten te lezen, zodat ze goed weet welke hoeveelheden van welke ingrediënten ze moet gebruiken. Melanie las voor aan peuters op school en haar wens is om dit weer op te kunnen pakken. Daarvoor wil ze haar leesvaardigheid blijven oefenen en uitbreiden. Joyce is gewoon leergierig en wil graag leren. Bram heeft bij de HEMA stage gelopen en heeft belangstelling voor werk in een winkel. Hij vindt Engels een taal die iedereen zou moeten leren omdat het internationaal is. Ex-studente Claudia is al zover dat ze heeft kunnen stoppen met MoS. Ze werkt in de Zuivelboerderij. Ze zegt dat door de opleiding haar zelfvertrouwen enorm is gegroeid. Dat heeft haar zeer geholpen en daar plukt ze nu de vruchten van. Je ziet dat alle studenten met heel veel plezier elke week naar MoS gaan. Los van de positieve effecten op hun eigen dagelijkse werk geven ze ook aan dat het fantastisch is om jezelf te kunnen blijven ontwikkelen.

Begin oktober 2022 zijn we in een pilot met de opleidingen assistent groen in Hoogezand en facilitaire dienstverlening in Assen gestart. Het is een erkend diploma door de brancheorganisaties. Het diploma kan een opstapje zijn naar de mbo Entree opleiding of de stap naar betaald werk makkelijker maken. De brancheopleiding is praktijkgericht. Het niveau van de opleiding is gelijk aan de mbo Entree opleiding, maar dan zonder de vakken Nederlands, rekenen en burgerschap. Met het Noorderpoort college in Groningen zijn vergelijkbare contacten.

Het initiatief tot het aanbieden van deze vorm van opleiden komt van de VGN en de LFB, de landelijke belangenvereniging voor mensen met een verstandelijke beperking en wordt gecoördineerd door het WDL programma. Cosis krijgt subsidie van het ministerie van VWS om het te initiëren. Na het uitvoeren van deze twee opleidingen gaan we het evalueren en het mogelijk op meer plekken aanbieden. Naast cliënten van Cosis mogen ook cliënten van andere zorgorganisaties aansluiten. 

Cosis gaat twee branche opleidingen geven

Klik op 'toon meer' voor meer informatie.

Veel cliënten die bij WDL Cosis werken hebben een prima arbeidsvermogen. Echter, tot een erkende beroepsopleiding is het nooit gekomen. Van het VSO zijn ze bij WDL terecht gekomen en dan zijn de mogelijkheden voor een vakopleiding beperkt, of is de drempel om weer te gaan studeren hoog. Daar komt nu verandering in.

Twee opleidingen
Cosis gaat samen met de Academie voor Zelfstandigheid 2 branche opleidingen geven. Vanaf oktober is er plaats voor tien studenten die in Hoogeveen een opleiding kunnen volgen voor werken in de Groene sector en voor tien studenten in Assen die een opleiding Facilitaire dienstverlening gaan volgen. De opleidingen duren anderhalf jaar en aan het eind ontvangen de studenten een erkend vakdiploma van de branche organisaties (www.academievoorzelfstandigheid.nl). De opleidingen worden gegeven door medewerkers van Cosis. Vier trainers zijn gefaciliteerd om de studenten te trainen. Annemiek Dijkhuizen en Tamara Klarenbeek gaan de Groen-opleiding geven en Lisette van Beek en Hanneke Bakker de Facilitaire opleiding. Het is een belangrijke stap in de groei naar mogelijkheden voor cliënten om door te groeien naar een externe arbeidsplaats.

Hiaat
Annemiek: ‘Dit is precies wat er mist bij WDL in Nederland. Veel cliënten gaan na het afronden van het VSO naar dagbesteding en blijven daar of zitten thuis. Er is ook veel interesse binnen de groep die mbo 1 of mbo 2 heeft gevolgd, maar dat, door omstandigheden, niet heeft kunnen afmaken. Toch is er vaak belangstelling om door te leren. De mogelijkheden daartoe zijn tot op heden beperkt en de drempel om toch weer naar school te gaan is vaak hoog. Deze vorm van opleiden kan een groot hiaat wegnemen.’

Hanneke: ‘Voor veel cliënten geldt dat ze uitstekend in staat zijn om ondersteunende werkzaamheden te verrichten. De mogelijkheden op de arbeidsmarkt zijn nog beperkt, maar we zien wel dat er een beweging aan de gang is dat het besef groeit dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt zeer waardevol kunnen zijn. De arbeidsmarkt leert ze steeds beter kennen en als de brancheorganisaties het ook stimuleren wordt de drempel alleen maar lager.’

Status
Lisette: ‘Het is heel belangrijk dat er een certificaat uitgereikt wordt. Dan heb je formeel een studie afgerond. Een beroepsopleiding met een diploma. Dat geeft status.’ Tamara: ‘Onlangs verwoorde een cliënt het op een mooie manier. Ze zei dat haar na het verlaten van school was gezegd dat ze niet verder kon leren. Dat heeft haar altijd dwars gezeten. Daardoor voelde ze zich altijd ondergeschikt aan andere mensen. De nieuwe mogelijkheid tot het volgen van een beroepsopleiding is hier natuurlijk een fantastisch antwoord op.’

Startblokken
Het initiatief tot het aanbieden van deze vorm van opleiden komt van de VGN en de LFB, de landelijke belangenvereniging voor mensen met een verstandelijke beperking en is omarmd en wordt gecoördineerd door het WDL programma. Cosis krijgt subsidie van het ministerie van VWS om het te initiëren. Na het uitvoeren van deze twee opleidingen gaan we het evalueren en het mogelijk op meer plekken aanbieden. Naast cliënten van Cosis mogen ook cliënten van andere zorgorganisaties aansluiten. In de praktijk krijgen de studenten een dag per week theorie en twee á drie dagen stage. Het overleg over de voortgang is in de driehoek student, werkbegeleider en trainer. Er komen twee informatiebijeenkomsten waar het een en ander wordt toegelicht. De leidinggevenden WDL worden actief benaderd, evenals de begeleiders van de Ambulante teams en andere relevante betrokkenen. Het initiatief staat vol enthousiasme in de startblokken. Let op de komende aankondigingen of stuur je vraag naar brancheopleidingen@cosis.nu.

3.8.4 De inzet van zorgtechnologie

Zorginnovatie wordt steeds belangrijker bij de zorg en ondersteuning die we onze cliënten bieden. De wereld verandert snel en er is steeds meer mogelijk, mede dankzij vernieuwende technologie. Binnen KJG wordt al veel gebruik gemaakt van deze vernieuwingen. Denk aan robothond en -kat, VR-brillen en de tovertafel. Uitvindingen die extra mogelijkheden bieden in de behandeling onze cliënten. Daarnaast zijn deze innovaties vaak ook van meerwaarde in het dagelijks leven van onze cliënten omdat het hen helpt te ontspannen, extra stimuleert of een nieuwe vorm van contact maken biedt. Soms bereiken we iets bij een cliënt wat nog niet eerder is gelukt, dankzij zorgtechnologie. In het kader met de mening van het Cosispanel is hiervan een mooi voorbeeld te lezen. Ook kan het medewerkers ondersteunen en biedt het nieuwe inzichten. Innovatie brengt dus meer kwaliteit van zorg, vergroot welzijn en autonomie en werkt preventief. 

3.8.5 Ontwikkelingen binnen Kind, Jeugd en Gezin

Kinderopvang en onderwijs
Cluster KJG zoekt intensief de samenwerking met reguliere kinderopvang en onderwijs. Doel: ieder kind ontwikkelt zich optimaal op een zo regulier mogelijke plek binnen kinderopvang en onderwijs. KJG voegt expertise toe op reguliere plekken zodat deze toegankelijker worden voor kinderen met een extra vraag. Hiermee willen we de toename van de vraag naar dagbehandeling laten afnemen of trajecten verkorten. Voor kinderen die blijvend een beroep doen op dagbehandeling voegen we onderwijs toe aan hun dagprogramma.

Screening
In Drenthe en Groningen onderzochten screeningsteams wat elk kind nodig heeft om passend naar school te kunnen gaan. In 2022 is het merendeel van de Jeugdwetkinderen met dagbehandeling gescreend. De screenings zijn inmiddels op diverse locaties opgenomen in de structurele werkprocessen.

Voortgang 2022
In 2022 zijn we verder aan de slag gegaan met het toevoegen van onze specialistische kennis en ervaring aan regulier en speciaal onderwijs en in de kinderopvang. Cosis vindt het belangrijk vraag gestuurd te werken. Ook wanneer het gaat om het inzetten van medewerkers in organisaties. Mooie voorbeelden daarvan: 

  • Start van jeugdhulpprofessionals in het regulier onderwijs in Veendam, in een aantal RENN4 scholen en in een aantal scholen voor zeer moeilijk lerende kinderen (In Assen een speciale klas voor KDC-kinderen van Cosis en van Boeijen samen met de van Lieflandschool.)
  • De samenwerking van speciaal onderwijs met jeugdhulp van Cosis; de Visvijver klas in IKC Westerwinde in Veendam. De leerkracht en begeleiders van deze klas, hebben een mini-symposium georganiseerd en de Transformatieagenda Jeugdhulp Groningen heeft een podcast gemaakt van deze klas.  
  • De Panta Rhei school in Coevorden is gestart met een gezamenlijke kleuterklas met Cosis. Deze klas draagt bij aan opgroeien in de eigen omgeving, in een genormaliseerde omgeving. Deze klas zal zeker in toekomst een voorbeeld kunnen zijn in andere plaatsen.

Intensief verblijf
In de afgelopen jaren heeft Cosis volop gewerkt aan het ‘zo thuis mogelijk’ realiseren van zorg. Bij opvoedkundige vragen wordt gezinsontwikkeling ingezet om in de thuissituatie te ondersteunen. Daar waar dit niet voldoende is, kan gebruikt gemaakt worden van Logeren in een gezin of logeerhuis om opvoeders te ontlasten. Bij vragen voor een verblijfsplek zijn gezinshuizen voorliggend, zodat het kind wel in een huiselijke situatie op kan groeien, ook wanneer een kind dat in zijn of haar eigen thuis niet kan.

Er zijn echter kinderen met een hulpvraag die te complex is voor ondersteuning thuis of in een gezinshuis. Het gaat dan specifiek over jeugdigen met een combinatie van meerdere problemen die elkaar versterken. Hierbij kun je denken aan combinaties van een laag cognitief of sociaal emotioneel functioneren in combinatie met bijvoorbeeld/gedrags-/psychiatrische en verslavingsproblematiek/ seksueel ontremd gedrag en/of schooluitval. Veelal is er sprake van hechtingsproblematiek, trauma gerelateerde of ernstige emotieregulatie problematiek, al dan niet in combinatie met een Autisme Spectrum Stoornis. 

De groep kinderen met deze complexe hulpvraag werd op de woonlocaties Ons Huis en Stroomdal steeds groter en we merkten dat het aanbod dat we hadden onvoldoende aansloot bij de hulpvraag van deze kinderen. In 2021 zijn we een project gestart om te beschrijven wat een passend aanbod zou kunnen zijn voor deze doelgroep. Dit heeft in de zomer van 2022 geresulteerd in een helder beschreven product ‘Intensief Verblijf Jeugd’. Daarnaast hebben we moeten concluderen dat de locatie Ons Huis niet passend was in dit profiel en daarom de deuren heeft gesloten op 1 november 2022.

Het project Intensief verblijf jeugd loopt ook in 2023 nog door. We zijn op dit moment met ketenpartners, gemeentes en zorgkantoren in gesprek om deze manier van wonen in gezamenlijkheid op te pakken. ‘Dit is een goed voorbeeld van De beweging; ‘naar buiten net buiten’.

3.8.6 Het Groninger Zorgakkoord

In het aardbevingsgebied werkt Cosis met andere zorgaanbieders, woningcorporaties en gemeenten aan het organiseren van toekombestendige zorg. Hiervoor is het Groninger Zorg Akkoord (GZA) afgesloten. Ook het ministerie van VWS, Zorgkantoor en het Nationaal Programma Groningen zijn ondertekenaars. Het GZA heeft zich twee doelen gesteld.

Allereerst gaat het om het versterken van bestaande bouw en aardbevingsbestendige nieuwbouw. De nieuw te bouwen locaties worden zoveel mogelijk met opnieuw te gebruiken materialen en duurzaam gebouwd.

Het tweede doel heeft te maken met het vinden van een oplossing voor de verwachte toename van zorgvragen, terwijl het aantal werknemers in de zorg afneemt. Te denken valt dan bijvoorbeeld aan het gezamenlijk opleiden van medewerkers, het delen van kennis en het uitwisselen van personeel met specialistische vaardigheden. Ook wordt zorgtechnologie toegepast met als doel cliënten meer eigen regie te geven en zorgmedewerkers efficiënter te laten werken.

Een ander deel van de oplossing zoeken we in een nauwere samenwerking met mantelzorgers en hun belangengroepen.

3.8.7 Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO)

In het voorjaar van 2022 werd het eerste MVO jaarverslag gepresenteerd. Hierin beschrijven we allerlei maatregelen die onze organisatie heeft genomen om verder te verduurzamen. Hieronder een paar voorbeelden:

  • Er is een strategisch huisvestingsplan waarin verduurzamen van panden is opgenomen.
  • Meerdere locaties hebben door middel van workshops inzicht gekregen in de verborgen impact van energiegebruik.
  • Cosis doet met andere werkgevers mee in het project Drenthe-reist-duurzaam.
  • In het wagenpark van Cosis zijn in 2022 de eerste elektrische auto’s te vinden.
  • Met zes locaties is een pilot gedaan met duurzaam geteelde voeding.

Kijk op onze websitevoor meer informatie over dit onderwerp.

3.8.8 Contractering Wmo

2022 was een roerig jaar rondom contractering. Op een aantal plekken is er door Cosis niet ingeschreven op aanbestedingen, omdat de tarieven die geboden werden te laag waren om kwalitatief goede zorg te leveren. Een lastig besluit. Dit heeft impact gehad op cliënten, medewerkers, organisatie en gemeenten. Tegelijkertijd zijn we blij dat we de samenwerking met veel gemeenten steeds beter vorm kunnen geven.

Versie:
v6.2.19

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report