Spring naar inhoud

Jaarrekening 2020

5.1.1 Balans per 31 december 2020

BALANS PER 31 DECEMBER 2020

(na resultaatbestemming)

  Ref. 31-dec-20   31-dec-19
     
ACTIVA        
         
         
Vaste activa        
         
Materiële vaste activa 1 71.993.161   71.996.069
Totaal vaste activa   71.993.161   71.996.069
         
Vlottende activa        
         
Voorraden 2 0   123.088
Vorderingen uit hoofde van financieringstekort 3 6.739.444   5.632.517
Debiteuren en overige vorderingen 4 15.113.854   17.958.499
Liquide middelen 5 76.452.075   64.847.278
Totaal vlottende activa   98.305.373   88.561.382
         
Totaal activa   170.298.534   160.557.451
  Ref. 31-dec-20   31-dec-19
     
PASSIVA        
         
         
Eigen vermogen 6      
Kapitaal   66.741   66.741
Bestemmingsreserves   9.639.734   9.639.734
Bestemmingsfondsen   108.479.705   103.757.556
Algemene en overige reserves   923.440   935.183
Totaal eigen vermogen   119.109.620   114.399.214
         
Voorzieningen 7 6.202.069   7.022.044
         
Langlopende schulden 8 3.343.700   6.445.264
         
         
Kortlopende schulden (ten hoogste 1 jaar)        
Schulden uit hoofde van financieringsoverschot 3 0   0
Overige kortlopende schulden 9 41.643.145   32.690.929
Totaal kortlopende schulden (ten hoogste 1 jaar)   41.643.145   32.690.929
         
Totaal passiva   170.298.534   160.557.451

5.1.2 Resultatenrekening over 2020

Resultatenrekening over 2020

  Ref. 2020   2019
     
         
BEDRIJFSOPBRENGSTEN:        
         
Opbrengsten zorgprestaties (en maatschappelijke ondersteuning) 11 239.488.132   228.736.338
         
Subsidies (exclusief Wmo en Jeugdwet) 12 6.757.533   2.536.795
         
Overige bedrijfsopbrengsten 13 2.723.474   3.715.060
         
Som der bedrijfsopbrengsten   248.969.139   234.988.193
         
         
         
BEDRIJFSLASTEN:        
         
Personeelskosten 14 166.167.853   159.821.585
         
Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa 15 8.415.863   7.625.220
         
Overige bedrijfskosten 16 69.362.417   65.955.032
         
Som der bedrijfslasten   243.946.133   233.401.837
         
         
         
BEDRIJFSRESULTAAT   5.023.006   1.586.356
         
Financiële baten en lasten 17 -312.601   -296.827
         
RESULTAAT BOEKJAAR   4.710.405   1.289.529
         
         
         
RESULTAATBESTEMMING        
         
Het resultaat is als volgt verdeeld:   2020   2019
     
Toevoeging/(onttrekking):        
Reserve aanvaadbare kosten Wlz   4.184.645   374.836
Reserve Wmo   181.058   0
Reserve Jeugdwet   365.712   0
Reserve overige financiering   -9.267   0
Bestemmingsreserve nalatenschap "Het Boemeltje"   0   939.734
Algemene reserves   -11.743   -25.041
         
    4.710.405   1.289.529

5.1.3 Kasstroomoverzicht 2020

Kasstroomoverzicht 2020

  Ref.   2020     2019
     
Kasstroom uit operationele activiteiten            
Bedrijfsresultaat     5.023.006     1.586.356
             
Aanpassingen voor:            
- afschrijvingen en overige waardeverminderingen 15, 16 9.200.620     7.625.220  
- mutaties voorzieningen 7 -819.975     -170.883  
- boekresultaten afstoting vaste activa   160.980     127.387  
      8.541.625     7.581.724
Veranderingen in vlottende middelen:            
- voorraden 2 123.088     3.253  
- vorderingen 4 2.884.974     -868.495  
- vorderingen/schulden uit hoofde van financieringstekort respectievelijk -overschot 3 -1.106.927     -2.917.120  
- kortlopende schulden (excl. schulden aan banken) 9 8.260.363     -2.337.941  
      10.161.498     -6.120.303
Kasstroom uit bedrijfsoperaties     23.726.129     3.047.777
             
Ontvangen interest 17 -35.243     36.430  
Betaalde interest 17 -335.700     -359.673  
      -370.943     -323.243
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten     23.355.186     2.724.534
             
Kasstroom uit investeringsactiviteiten            
Investeringen materiële vaste activa 1 -8.515.491     -13.187.124  
Desinvesteringen materiële vaste activa 1 0     0  
             
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten     -8.515.491     -13.187.124
             
Kasstroom uit financieringsactiviteiten            
Nieuw opgenomen leningen 8 0     0  
Aflossing langlopende schulden 8 -3.234.898     -1.788.336  
Kortlopend bankkrediet   0     0  
             
Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten     -3.234.898     -1.788.336
             
Mutatie geldmiddelen     11.604.797     -12.250.926
             
Stand geldmiddelen per 1 januari 5   64.847.278     77.098.204
Stand geldmiddelen per 31 december 5   76.452.075     64.847.278
Mutatie geldmiddelen     11.604.797     -12.250.926

5.1.4 Grondslagen van waardering en resultaatbepaling

5.1.4.1 Algemeen

Algemene gegevens                            
Stichting Cosis is statutair gevestigd te Assen en feitelijk te Assen, Lauwers 17, ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 04082725.                            
De belangrijkste activiteiten zijn het verbinden van zorginstellingen, het waarborgen van de continuïteit van zorg en het creëren van scholing- en loopbaanmogelijkheden voor instellingen en haar medewerkers die zorg verlenen aan mensen met een verstandelijke beperking en aan mensen die aangewezen zijn op de geestelijke gezondheidzorg.

Verslaggevingsperiode                            
Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2020, dat is geëindigd op
balansdatum 31 december 2020.

Grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening                            
De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de Regeling verslaggeving WTZi, de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving RJ 655 en titel 9 BW2 en de bepalingen van en krachtens de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT).

Continuïteitsveronderstelling
Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.

Impact COVID-19
Begin 2020 is Stichting Cosis geconfronteerd met de mondiale uitbraak van COVID-19. Deze uitbraak heeft ook impact op Stichting Cosis. De genomen maatregelen rondom COVID-19 leidden tot extra kosten, zowel met betrekking tot de inzet van personeel als overige kosten zoals noodzakelijk gebruik van beschermingsmiddelen. Tegelijk is er op meerdere fronten risico van mogelijke omzetderving wat voornamelijk toeziet op de extramurale zorg. Het jaar 2020 heeft voor een groot deel in het teken gestaan van de uitdagingen die deze pandemie met zich mee brengt en hoe Cosis deze het hoofd kan bieden. Voorbeelden van maatregelen die getroffen zijn is het meer flexibel inzetten van personeel over de verschillende locaties om uitval op te vangen, inrichten van een COVID-19 locatie voor getroffen cliënten, beschermingsmaatregelen voor zowel cliënten als personeel en het overgaan voor extramurale zorglevering naar videoconsults. De financiële effecten van de Coronacrisis op de financiële positie van zorginstellingen zijn voor 2020 voor het grootste deel geneutraliseerd. Voor geheel 2020 was sprake van een beleidsregel Wlz waarin financiële compensatie voor zowel omzetderving als meerkosten als gevolg van Covid-19 geregeld was. Voor de periode maart t/m juni 2020 was in het sociaal domein sprake van een landelijke regeling voor de vergoeding van omzetderving en voor geheel 2020 was een landelijke regeling voor de vergoeding van meerkosten als gevolg van Covid-19.

De volgende opbrengststromen zijn per 31 december 2020 verwerkt in de jaarrekening 2020 en per financiering gepresenteerd onder de opbrengsten zorgprestaties:
- vergoeding omzetderving totaal € 6,5 miljoen, als volgt verdeeld: Wlz € 4,9 miljoen, Wmo € 0,5 miljoen, Jeugdwet € 1,1 miljoen.
- vergoeding meerkosten totaal € 1,8 miljoen, als volgt verdeeld: Wlz € 1,4 miljoen, Wmo € 0,2 miljoen, Jeugdwet € 0,2 miljoen
Voor de Wlz geldt dat er overeenstemming is met beide zorgkantoren over de hoogte van de vergoedingen. Voor het sociaal domein is met de meeste gemeentes overeenstemming over de hoogte. De impact van de afronding van de afstemming zal naar verwachting minimaal zijn.

Voor 2021 is voor de Wlz opnieuw sprake van een aanvullende beleidsregel voor de vergoeding van omzetderving en meerkosten. Voor het sociaal domein is ook opnieuw sprake van een landelijke regeling voor de vergoeding van meerkosten. Voor eventuele vergoeding van omzetderving moeten lokaal afspraken gemaakt met gemeentes. 
In combinatie met de huidige gezonde financiële balanspositie, de huidige beschikbare liquiditeit van Stichting Cosis, de compensatieregelingen voor 2021 en de inzichten vanuit 2020 stelt de Raad van Bestuur vast dat deze pandemie geen materieel risico vormt voor de continuïteit van Stichting Cosis.

Vergelijking met voorgaand jaar 
De grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van voorgaand jaar, met uitzondering van het volgende:
- Met ingang van 2020 vindt, in verband met de geringe economische waarde, geen voorraadwaardering plaats in de balans. 
- Presentatiecorrectie opbrengsten uit onderaanneming: binnen de opbrengsten zorgprestaties worden vanaf 2020 de opbrengsten uit onderaanneming afzonderlijk gepresenteerd.
- Presentatiecorrectie kosten onderaanneming: vanaf 2020 worden de kosten voor onderaanneming gepresenteerd onder de overige bedrijfskosten in plaats van personeelskosten (kosten personeel niet in loondienst). 
De vergelijkende cijfers zijn aangepast voor de presentatiecorrecties.

Gebruik van schattingen                            
De opstelling van de jaarrekening vereist dat de Raad van Bestuur oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de desbetreffende jaarrekeningposten.

Verbonden rechtspersonen                            
Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen, statutaire leden Raad van Bestuur en andere sleutelfiguren in het management, worden aangemerkt als verbonden partij. 
Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht.

Grondslagen WNT 
Voor de uitvoering van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen in de (semi)publieke sector (WNT) heeft Stichting Cosis zich gehouden aan de Beleidsregel toepassing WNT en deze als normenkader bij het opmaken van deze jaarrekening gehanteerd.  

Leasing (Operational lease)
Bij Stichting Cosis kunnen er leasecontracten bestaan waarbij een groot deel van de voor- en nadelen die aan de eigendom verbonden zijn, niet bij de stichting ligt. Deze leasecontracten worden verantwoord als operationele leasing. Leasebetalingen worden, rekening houdend met ontvangen vergoedingen van de lessor, op lineaire basis verwerkt in de winst-en-verliesrekening over de looptijd van het contract. 

5.1.4.2 Grondslagen van waardering van activa en passiva

Activa en passiva                            
De algemene grondslag voor de waardering van de activa en passiva is de verkrijgingsprijs- of de vervaardigingsprijs. Voor zover niet anders vermeld, worden activa en passiva opgenomen voor de verkrijgingsprijs.
Toelichtingen op posten in de balans, resultatenrekening en kasstroomoverzicht zijn in de jaarrekening genummerd.

Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar Stichting Cosis zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans, als een transactie met betrekking tot het actief of de verplichting niet leidt tot een belangrijke verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting.
Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen als een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische en alle of nagenoeg alle risico's met betrekking tot het actief of de verplichting aan een derde zijn overgedragen. Verder wordt een actief of een verplichting niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip dat niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en of betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde.

Materiële vaste activa
Bedrijfsgebouwen en terreinen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs plus bijkomende kosten of vervaardigingsprijs onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur. Op terreinen wordt niet afgeschreven. Er wordt rekening gehouden met de bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht. Voor de vaststelling of voor een materieel vast actief sprake is van een bijzondere waardevermindering wordt verwezen naar betreffende paragraaf.

Overige vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs inclusief direct toerekenbare kosten, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen.                     
De volgende afschrijvingspercentages worden hierbij gehanteerd: 
• Bedrijfsgebouwen : 0 - 20 %.
• Machines en installaties : 5 -12,50 %.
• Andere vaste bedrijfsmiddelen : 10 - 20 %.                          
Stichting Cosis beschikt niet over materiële vaste activa waarvan zij krachtens een financiële leaseovereenkomst de economische eigendom heeft.                            
Voor zover subsidies of daaraan gelijk te stellen vergoedingen zijn ontvangen als eenmalige bijdrage in de afschrijvingskosten, zijn deze in mindering gebracht op de investeringen. 

Groot onderhoud:                            
De kosten van groot onderhoud worden verwerkt volgens de componentenbenadering. Dit houdt in dat het materieel vast actief bij de eerste verwerking in de balans opgesplitst wordt in twee of meer componenten, ieder met een eigen economische levensduur en dus afschrijvingstermijn. Bij de uitvoering van het groot onderhoud worden de kosten, indien aan de activeringscriteria is voldaan, opnieuw geactiveerd, waarna wordt afgeschreven over de geschatte termijn waarvoor het groot onderhoud is gepleegd. Alle overige onderhoudskosten worden direct in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

Vaste activa - bijzondere waardeverminderingen                            
Vaste activa met een lange levensduur worden beoordeeld op bijzondere waardeverminderingen wanneer wijzigingen of omstandigheden zich voordoen die doen vermoeden dat de boekwaarde van een actief niet terugverdiend zal worden. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De terugverdienmogelijkheid van activa die in gebruik zijn, wordt bepaald door de boekwaarde van een actief of kasstroom genererende eenheid te vergelijken met de bedrijfswaarde zijnde de geschatte contante waarde van de toekomstige netto kasstromen die het actief of kasstroom genererende eenheid naar verwachting zal genereren.

Wanneer de boekwaarde van een actief hoger is dan de geschatte contante waarde van de toekomstige kasstromen, worden bijzondere waardeverminderingen verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde.

Indien wordt vastgesteld dat een bijzondere waardevermindering die in het verleden verantwoord is, niet meer bestaat of is afgenomen, dan wordt de toegenomen boekwaarde van de desbetreffende activa niet hoger gesteld dan de boekwaarde die bepaald zou zijn indien geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn verantwoord.
Per 31 december 2020 zijn de uitgangspunten van de bepaling van de bedrijfswaarde heroverwogen.
Er zijn geen aanwijzingen dat deze zijn gewijzigd. Om deze reden heeft er voor de jaarrekening 2020 geen herberekening plaatsgevonden en is de verantwoorde cumulatieve waardevermindering onverminderd van toepassing. De cumulatieve bijzondere waardevermindering bedraagt per 31 december 2020 € 8,0 miljoen. 

Aardbevingen                            
Vastgoedeigenaren in de Provincie Groningen, in het bijzonder Noordoost-Groningen en in gedeelten van de stad Groningen, worden geconfronteerd met schade en versterkingsopgaven aan het vastgoed als gevolg van (het risico op) aardbevingen door de gaswinning door de NAM.

Stichting Cosis heeft vastgoed in het benoemde risicogebied waar aardbevingen optreden. Deze risicogebieden zijn de gemeenten Delfzijl, Appingedam, Loppersum, Winsum, Bedum, Eemsmond en Midden-Groningen. In de gemeenten Appingedam, Midden-Groningen en Eemsmond heeft Cosis eigendomspanden.  

In deze risicogebieden is schade aan vastgoed waarneembaar en zijn versterkingswerkzaamheden aan het vastgoed waarschijnlijk. Een stuurgroep die bestaat uit zorgorganisaties, Groninger gemeenten, Provincie, zorgvastgoed, zorgverzekeraar Menzis en ministerie van VWS, heeft een gezamenlijke visie ontwikkeld, welke is vastgelegd in de rapportage “(Beving)bestendige zorg in Groningen, Toekomstperspectief en versterken’ van 8 oktober 2018. Deze visie geeft aan op welke wijze de komende periode voldoende kwalitatief goede zorg in de aardbevingsregio van Groningen beschikbaar kan blijven.  

Op 11 maart 2019 is het Groninger Zorgakkoord afgesloten tussen het ministerie van VWS, het ministerie van BZK, gemeenten, zorgaanbieders, woningcorporaties, zorgkantoor Menzis, Menzis verzekeraar, de provincie Groningen en het Ministerie van EZK. Doel van het convenant is nieuwbouw te realiseren voor een deel van het vastgoed. Voor de realisatie van deze nieuwbouw zijn extra financiële middelen beschikbaar gesteld. In het convenant zijn 3 locaties van Stichting Cosis opgenomen. 

Het ministerie van EZK is en blijft verantwoordelijk voor de versterking van de overige panden. NCG voert deze werkzaamheden uit. In verband met beperkt beschikbare capaciteit moet een volgorde worden bepaald waarin de panden worden versterkt. Voor Cosis betreft het 6 panden in de aardbevingsregio. Deze locaties worden allen gehuurd van woningcorporaties.

In 2020 is de subsidieregeling door het ministerie van VWS gepubliceerd. Deze subsidieregeling heeft betrekking op compensatie van waardeverliezen door het afstoten van bestaande panden en een vergoeding voor aardbevingsbestendig bouwen voor nieuwbouw.
Op basis van de subsidieregeling en de voorwaarden hieraan heeft Cosis in 2020 besloten de drie eigendomspanden te verkopen aan het Rijksvastgoedbedrijf. Op basis van dit besluit is voor één van de drie panden een boekverlies van € 0,8 miljoen verwerkt in het resultaat 2020 op basis van de verwachte opbrengstwaarde.
De subsidie voor compensatie van waardeverliezen kan pas worden aangevraagd op het moment dat het definitief ontwerp van de vervangende nieuwbouw is goedgekeurd door de toetsgroep, ingericht vanuit het Groninger Zorgakkoord. Deze subsidieopbrengst wordt verantwoord op het moment dat
deze waarschijnlijk is.

Financiële instrumenten
Verstrekte leningen en overige vorderingen

Verstrekte leningen en overige vorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen.

Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen
Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode.
De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden.

Vorderingen                            
De eerste waardering van vorderingen is tegen reële waarde van de tegenprestatie. De vervolgwaardering van vorderingen is tegen geamortiseerde kostprijs (waarde). Een voorziening wordt getroffen op de vorderingen op grond van verwachte oninbaarheid. De verwachte oninbaarheid is per individuele vordering bepaald. 

Liquide middelen                            
Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en een deposito met een looptijd van 36 maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

Voorzieningen (algemeen)                            
Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichting en verliezen af te wikkelen. De gehanteerde disconteringsvoet is 1,5% (voorgaand jaar 1,5%).
Wanneer verplichtingen naar verwachting door een derde zullen worden vergoed, wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen indien het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting. De rentemutatie van voorzieningen gewaardeerd tegen contante waarde is verantwoord als dotatie aan de voorziening.        

Per individuele voorziening volgt hieronder een toelichting van de grondslagen voor waardering.  

Voorziening levensfasebudget                            
De voorziening persoonlijk budget levensfase (PBL) betreft een voorziening uit hoofde van een CAO verplichting in het kader van de overgangsregeling 45+. Het persoonlijk budget levensfase kwalificeert als een beloning met opbouw van rechten. De voorziening betreft de contante waarde van de in de toekomst (eenmalig) uit te keren PBL-uren. De berekening is gebaseerd op de Cao-bepalingen (GHZ en GGZ 2019-2021), leeftijd en resterende dienstjaren tot het bereiken van de 55-jarige leeftijd of pensioenleeftijd. 

Voorziening jubileumverplichtingen                            
De jubileumvoorziening betreft een voorziening voor toekomstige jubileumuitkeringen. De voorziening betreft de contante waarde van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen, verwachte salarisstijgingen, blijfkans en leeftijd.

Voorziening langdurig zieken                            
Stichting Cosis is voor de ziektewet eigen risicodrager en is in dit kader verplicht om gedurende twee jaren het salaris van een zieke medewerker door te betalen. Voor op balansdatum langdurig zieke medewerkers is een voorziening gevormd voor deze doorbetalingsverplichting op basis van contante waarde.         

Voorziening generatiepact                            
In 2017 heeft Stichting Cosis een generatiepact gesloten met de vakbonden. Het generatiepact houdt in dat medewerkers die maximaal vijf jaar voor hun pensioen zitten, minder uren werken en hiervoor gecompenseerd worden.
De voorziening generatiepact is gevormd voor de loondoorbetalingsverplichting en pensioenaanvulling voor het deel van het dienstverband dat medewerkers niet meer werken. De voorziening is gebaseerd op de contante waarde van de verplichtingen.

Langlopende schulden                            
Onder de langlopende schulden worden schulden opgenomen met een resterende looptijd van meer dan één jaar. De kortlopende schulden hebben een verwachte looptijd van maximaal één jaar. De schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs (nominale waarde), zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt op basis van de effectieve rente gedurende de geschatte looptijd van de langlopende schulden in de winst-en-verliesrekening als interestlast verwerkt. 

De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden. 

Kortlopende schulden                            
Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Dit is meestal de nominale waarde. 

5.1.4.3 Grondslagen van resultaatbepaling

Algemeen                            
Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de baten en de lasten over het verslagjaar, met inachtneming van de hiervoor reeds vermelde waarderingsgrondslagen.
Baten worden in de winst- en verliesrekening opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verlichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Baten worden verantwoord in het jaar waarin de baten zijn gerealiseerd. Lasten worden in aanmerking genomen in het jaar waarin deze voorzienbaar zijn. De overige baten en lasten worden toegerekend aan de verslagperiode waarop deze betrekking hebben.

Baten (waaronder nagekomen budgetaanpassingen) en lasten uit voorgaande jaren die in dit boekjaar zijn geconstateerd, worden aan dit boekjaar toegerekend.

Opbrengsten                            
Opbrengsten uit het verlenen van diensten worden in de winst-en-verliesrekening verwerkt wanneer het bedrag van de opbrengsten op betrouwbare wijze kan worden bepaald, de inning van de te ontvangen vergoeding waarschijnlijk is, de mate waarin de dienstverlening op balansdatum is verricht betrouwbaar kan worden bepaald en de reeds gemaakte kosten en de kosten die (mogelijk) nog moeten worden gemaakt om de dienstverlening te voltooien op betrouwbare wijze kunnen worden bepaald.
Indien het resultaat van een bepaalde opdracht tot dienstverlening niet op betrouwbare wijze kan worden bepaald, worden de opbrengsten verwerkt tot het bedrag van de kosten van de dienstverlening die worden gedekt door de opbrengsten.
De met de opbrengsten samenhangende lasten worden toegerekend aan de periode waarin de baten zijn verantwoord. 

Opbrengsten Sociaal domein                            
Bij het bepalen van de Wmo-omzet en Jeugdwet-omzet heeft Stichting Cosis de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling gevolgd zoals hiervoor opgenomen. Met ingang van 2015 is als gevolg van de transitie een deel van de toenmalige AWBZ en ZVW zorg overgeheveld van de zorgkantoren respectievelijk de zorgverzekeraars naar de gemeenten (‘decentralisatie’).

Als gevolg van deze decentralisatie en de inrichting van het administratieve proces is er vanaf 2015 sprake van een bepaalde mate van omzetonzekerheden. Overeenkomstig de landelijke en gemeentelijke uitingen van de overheid heeft hierbij continuïteit van zorgverlening voorop gestaan. Dit heeft gevolgen die leiden tot inherente onzekerheden en schattingsrisico's in deze omzet van instellingen, die naar beste weten zijn geschat door de Raad van Bestuur van Stichting Cosis en verwerkt in de jaarrekening, maar die tot nagekomen effecten kunnen leiden in volgend jaar. Hieraan ligt een aantal zaken ten grondslag, waaronder het feit dat per gemeente andere producten zijn afgesproken en separate voorwaarden gelden (tijdige aanwezigheid van een geldige beschikking, woonplaatsbeginsel, feitelijke zorglevering, retourberichten iWmo en iJW e.d.).

Personele kosten                            
Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de resultatenrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers respectievelijk de belastingautoriteit.  

Pensioenen                            
Stichting Cosis heeft voor haar werknemers een toegezegde pensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komende werknemers hebben op de pensioengerechtigde leeftijd recht op een pensioen dat is gebaseerd op het gemiddeld verdiende loon berekend over de jaren dat de werknemer pensioen heeft opgebouwd bij Stichting Cosis. De verplichtingen, die voortvloeien uit deze rechten van haar personeel, zijn ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds Zorg en Welzijn. Stichting Cosis betaalt hiervoor premies waarvan de helft door de werkgever wordt betaald en de helft door de werknemer. De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar financiële verplichtingen) dit toelaat. Per 1 januari 2015 gelden nieuwe regels voor pensioenfondsen. Daarbij behoort ook een nieuwe berekening van de dekkingsgraad. De 'nieuwe' dekkingsgraad is het gemiddelde van de laatste twaalf dekkingsgraden. Door een gemiddelde te gebruiken, zal de dekkingsgraad nu minder sterk schommelen. In maart 2021 bedroeg de dekkingsgraad 97,9%. Het vereiste niveau van de dekkingsgraad is 124,4%. Het pensioenfonds verwacht volgens het herstelplan binnen 10 jaar hieraan te kunnen voldoen en voorziet geen noodzaak voor de aangesloten instellingen om extra stortingen te verrichten of om bijzondere premieverhogingen door te voeren. Stichting Cosis heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij het pensioenfonds, anders dan het effect van hogere toekomstige premies. Stichting Cosis heeft daarom alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening verantwoord.

De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen.

Afschrijvingen op materiële vaste activa                            
Materiële vaste activa worden vanaf het moment van gereedheid voor ingebruikneming afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Over terreinen en vastgoedbeleggingen wordt niet afgeschreven. 
Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de toekomstige gebruiksduur, dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast. 

Financiële baten en lasten                            
De financiële baten en lasten betreffen van derden ontvangen (te ontvangen) en aan derden betaalde (te betalen) interest.

Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen.

Overheidssubsidies                            
Overheidssubsidies worden aanvankelijk in de balans opgenomen als vooruit ontvangen baten zodra er redelijke zekerheid bestaat dat zij zullen worden ontvangen en dat de stichting zal voldoen aan de daaraan verbonden voorwaarden. Subsidies ter compensatie van door de stichting gemaakte kosten worden systematisch als opbrengsten in de winst-en-verliesrekening opgenomen in dezelfde periode als die waarin de kosten worden gemaakt. Subsidies ter compensatie van de stichting voor de kosten van een actief worden systematisch in de winst-en-verliesrekening opgenomen gedurende de gebruiksduur van het actief. Een krediet afgesloten tegen een lagere rente dan de marktrente, wordt als schuld in de balans opgenomen waarbij waardering plaatsvindt zoals opgenomen onder Financiële instrumenten. Het verschil tussen het hogere ontvangen bedrag van het krediet en de boekwaarde bij eerste verwerking betreft het voordeel als gevolg van de lagere rente. Dit voordeel wordt verwerkt als overheidssubsidie.

5.1.4.4 Grondslagen van segmentering

In de jaarrekening wordt zoals aanbevolen in de Richtlijn 655 Zorginstellingen een segmentatie van de resultatenrekening gemaakt in de volgende segmenten: Wlz, Wmo, Jeugdwet en overig.

De verdeling van de resultatenrekening 2020 inclusief vergelijkende cijfers over 2019 per segment is gemaakt op basis van de volgende uitgangspunten:
- Directe kostenplaatsen: de kosten zijn op kostenplaatsniveau naar rato van opbrengsten per segment verdeeld.(salariskosten, overige bedrijfskosten, afschrijvingslasten en financiële baten en -lasten).
- Inzet behandelaren: de kosten zijn per vakgroep verdeeld naar de segmenten Wlz en Jeugdwet.
- Decentrale overhead: de kosten zijn op clusterniveau naar rato van opbrengsten per segment verdeeld.
- Centrale overhead: de kosten zijn op basis van verschillende verdeelsleutels, op basis van ingeschatte tijdsbesteding / aantal fte / etc. verdeeld.

5.1.4.5 Grondslagen voor de opstelling van het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen, met uitzondering van deposito’s met een looptijd langer dan drie maanden. Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten.

5.1.4.6 Financiële instrumenten en risicobeheersing

Marktrisico                             
Er is geen sprake van valutarisico aangezien Stichting Cosis enkel werkzaam is binnen Nederland. Er is tevens geen sprake van een prijsrisico.                            
De Stichting loopt renterisico over de rentedragende vorderingen en rentedragende langlopende en kortlopende schulden (waaronder schulden aan kredietinstellingen). Voor vorderingen en schulden met variabele renteafspraken loopt Stichting risico ten aanzien van toekomstige kasstromen; met betrekking tot vastrentende vorderingen en schulden loopt Stichting risico’s over de reële waarde als gevolg van wijzigingen in de marktrente.                            
Met betrekking tot de vorderingen worden geen financiële derivaten met betrekking tot afdekking van het renterisico gecontracteerd. 

Kredietrisico                            
Stichting Cosis loopt kredietrisico over debiteuren en overige vorderingen en liquide middelen. De vorderingen bestaan voor een belangrijk deel uit vorderingen op gemeenten en zorgverzekeraars en zijn gerelateerd aan de bekostiging van de zorgactiviteiten van Stichting Cosis. Vanuit het treasurybeleid wordt alleen gefinancierd via instellingen met minimaal een Single A rating. Gezien de aard van de post zitten hier geen kredietrisico's aan.

Liquiditeitsrisico                            
De stichting bewaakt de liquiditeitspositie. Het management ziet er op toe dat steeds voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn om aan de verplichtingen van de stichting te kunnen voldoen en dat tevens voldoende financiële ruimte onder de beschikbare faciliteiten beschikbaar blijft, zodat de stichting steeds binnen de gestelde lening convenanten kan blijven voldoen. 

5.1.4.7 Grondslagen voor gebeurtenissen na balansdatum

Gebeurtenissen die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum en die blijken tot aan de datum van het opmaken van de jaarrekening worden verwerkt in de jaarrekening.
Gebeurtenissen die geen nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum worden niet in de jaarrekening verwerkt. Als dergelijke gebeurtenissen van belang zijn voor de oordeelsvorming van de gebruikers van de jaarrekening, worden de aard en de geschatte financiële gevolgen ervan toegelicht in de jaarrekening.

5.1.4.8 Waarderingsgrondslagen WNT

Voor de uitvoering van de Wet normering topinkomens (WNT) heeft de instelling zich gehouden aan de wet- en regelgeving inzake de WNT, waaronder de instellingsspecifieke (sectorale) regels.

5.1.5 Toelichting op de balans per 31 december 2020

ACTIVA

1. Materiële vaste activa

De specificatie is als volgt: 31-dec-20   31-dec-19
   
       
Bedrijfsgebouwen en terreinen 38.219.496   40.523.994
Machines en installaties 12.684.887   12.401.945
Andere vaste bedrijfsmiddelen, technische en administratieve uitrusting 16.064.230   17.477.916
Materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa 5.024.548   1.592.214
Niet aan het bedrijfsproces dienstbare materiële activa 0   0
       
Totaal materiële vaste activa 71.993.161   71.996.069
       
Het verloop van de materiële activa in het verslagjaar is als volgt weer te geven: 2020   2019
   
       
Boekwaarde per 1 januari 71.996.069   67.033.292
Bij: investeringen 9.358.692   12.715.384
Bij: herwaarderingen 0   0
Af: afschrijvingen 8.415.865   7.625.220
Af: bijzondere waardeverminderingen 784.755   0
Bij: terugname bijzondere waardeverminderingen 0   0
Af: terugname geheel afgeschreven activa 0   0
Af: desinvesteringen 160.980   127.387
       
Boekwaarde per 31 december 71.993.161   71.996.069

Toelichting:
Voor een nadere specificatie van het verloop van de materiële vaste activa per activagroep wordt verwezen naar het mutatieoverzicht onder 5.1.6.                                        
Niet alle vaste activa zijn als zekerheid gesteld voor de langlopende schulden. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de toelichting van de langlopende leningen, bijlage 5.1.7. 

2. Voorraden

De specificatie is als volgt: 31-dec-20   31-dec-19
   
       
Overige voorraden:      
Voorraden 0   123.088
       
Totaal voorraden 0   123.088

Toelichting:
De voorraden zijn in verband met de geringe economische waarde niet meer opgenomen.

3. Vorderingen uit hoofde van financieringstekort en schulden uit hoofde van financieringsoverschot AWBZ / WLZ

  t/m 2017   2018   2019   2020   totaal
         
                   
Saldo per 1 januari 0   0   5.632.517   0   5.632.517
                   
Financieringsverschil boekjaar 0   0   0   6.739.444   6.739.444
Correcties voorgaande jaren 0   0   3   0   3
Betalingen/ontvangsten 0   0   -5.632.520   0   -5.632.520
Subtotaal mutatie boekjaar 0   0   -5.632.517   6.739.444   1.106.927
                   
Saldo per 31 december 0   0   0   6.739.444   6.739.444
                   
Stadium van vaststelling (per erkenning):                  
VG Drenthe 300-1419 c   c   c   a    
VG Groningen 300-0300 c   c   c   a    

a= interne berekening
b= overeenstemming met zorgverzekeraars
c= definitieve vaststelling NZa

              31-dec-20   31-dec-19
               
Waarvan gepresenteerd als:                  
- vorderingen uit hoofde van financieringstekort             6.739.444   5.632.517
- schulden uit hoofde van financieringsoverschot             0   0
              6.739.444   5.632.517
                   
                   
Specificatie financieringsverschil in het boekjaar             31-dec-20   31-dec-19
               
                   
Wettelijk budget voor aanvaardbare kosten Wlz-zorg (exclusief subsidies)             158.745.695   151.245.888
Af: vergoedingen ter dekking van het wettelijk budget             152.006.251   145.613.371
                   
Totaal financieringsverschil             6.739.444   5.632.517

4. Debiteuren en overige vorderingen

De specificatie is als volgt: 31-dec-20   31-dec-19
   
       
Vorderingen op debiteuren 12.528.283   13.559.589
Voorziening debiteuren -404.364   -207.341
  12.123.919   13.352.248
       
Overige vorderingen:      
Vrienden van Promens Care/Novo 0   0
Leningen personeel 0   1.116
Vooruitbetaalde bedragen:      
BTW 0   73.871
Overige vorderingen 72.703   98.445
       
Overige overlopende activa:      
Subsidie extramurale behandeling 8.201   -147
Overlopende activa 2.909.031   4.432.966
       
Totaal debiteuren en overige vorderingen 15.113.854   17.958.499

Toelichting:
De voorziening die in aftrek op de vorderingen is gebracht, bedraagt € 404.364 (2019: € 207.341).
In de overlopende activa is een bedrag van € 0,2 miljoen (2019: € 0,2 miljoen) opgenomen met een looptijd langer dan 1 jaar.

5. Liquide middelen

De specificatie is als volgt: 31-dec-20   31-dec-19
   
       
Bankrekeningen 76.369.550   64.727.889
Kassen 82.525   119.389
       
Totaal liquide middelen 76.452.075   64.847.278

Toelichting:
In de liquide middelen zijn deposito's tot een bedrag van € 25.000.000 begrepen, dit bedrag komt op 17-01-2023 weer beschikbaar.   
Er staat een bedrag van € 172.430 niet ter vrije beschikking wegens afgegeven bankgaranties. De looptijd van de bankgaranties is gekoppeld aan de huurperiode.
De overige liquide middelen zijn vrij beschikbaar. 

PASSIVA

6. Eigen vermogen

Het eigen vermogen bestaat uit de volgende componenten:         31-dec-20   31-dec-19
           
               
Kapitaal         66.741   66.741
Bestemmingsreserves         9.639.734   9.639.734
Bestemmingsfondsen         108.479.705   103.757.556
Algemene en overige reserves         923.440   935.183
Totaal eigen vermogen         119.109.620   114.399.214
               
Kapitaal              
  Saldo per   Resultaat-   Overige   Saldo per
Het verloop is als volgt weer te geven: 1-jan-2020   bestemming   mutaties   31-dec-2020
       
               
Kapitaal 66.741   0   0   66.741
               
Totaal kapitaal 66.741   0   0   66.741
               
Bestemmingsreserves              
  Saldo per   Resultaat-   Overige   Saldo per
Het verloop is als volgt weer te geven: 1-jan-2020   bestemming   mutaties   31-dec-2020
       
Bestemmingsreserves:              
Innovatie Zorg- en Dienstverleningsaanbod 3.000.000   0   0   3.000.000
Versterken en transformeren organisatie 5.700.000   0   0   5.700.000
Nalatenschap "Het Boemeltje" 939.734   0   0   939.734
               
Totaal bestemmingsreserves 9.639.734   0   0   9.639.734
               
Bestemmingsfondsen              
  Saldo per   Resultaat-   Overige   Saldo per
Het verloop is als volgt weer te geven: 1-jan-2020   bestemming   mutaties   31-dec-2020
       
Bestemmingsfondsen:              
Reserve aanvaardbare kosten Wlz 103.757.556   4.184.645   4.367.340   112.309.542
Reserve Wmo 0   181.058   -2.015.829   -1.834.771
Reserve Jeugdwet 0   365.712   -2.654.061   -2.288.349
Reserve overige financiering 0   -9.267   302.550   293.283
               
Totaal bestemmingsfondsen 103.757.556   4.722.148   0   108.479.705

Algemene en overige reserves

Het verloop is als volgt weer te geven: Saldo per 1-jan-2019   Resultaat- bestemming   Overige mutaties   Saldo per 31-dec-2019
       
               
Algemene reserves:              
Algemene reserve 935.183   -11.743   0   923.440
               
Totaal algemene en overige reserves 935.183   -11.743   0   923.440

Toelichting:
Bestemmingsreserves
- Innovatie Zorg- en Dienstverleningsaanbod: deze bestemmingsreserve wordt aangewend om in de komende jaren blijvend te kunnen investeren in innovatie en doorontwikkeling van zorg- en dienstverlening.
- Versterken en transformeren organisatie: deze bestemmingsreserve is gevormd om verschillende activiteiten te ontplooien om de doelstellingen vanuit de strategie 'de bedoeling' te realiseren. Belangrijk onderdeel hiervan is de realisatie van de IT-roadmap en de nieuwe organisatie-inrichting Cosis2020.
- De bestemmingsreserve nalatenschap ""Het Boemeltje"" is in 2019 gevormd. In 2019 heeft Cosis, als rechtsopvolger van Stichting Dagvoorzieningen voor Verstandelijk Gehandicapten Meppel (“Het Boemeltje”), een nalatenschap ontvangen.
Deze wordt in de komende jaren ingezet op een manier die recht doet aan de nalatenschap.

Voor de bestemmingsreserve geldt dat door de Raad van Bestuur een beperking in de besteding van het vermogen is aangebracht.

Bestemmingsfondsen
Dit betreffen de reserves vanuit de verschillende financieringen:
- reserve aanvaardbare kosten (RAK) Wlz
- reserve Wmo
- reserve Jeugdwet
- reserve overige financiering: overige financieringen
Dit is het vermogen dat is gevormd uit de resultaten uit opbrengsten uit zorgprestaties, maatschappelijke ondersteuning en overige opbrengsten.

Met ingang van 2020 is in de jaarrekening een gesegmenteerde resultatenrekening naar financiering opgenomen.
Met terugwerkende kracht is ook voor 2019 een gesegmenteerde resultatenrekening gemaakt. Ook is met terugwerkende kracht de reserve aanvaardbare kosten Wlz vanaf 2015 (decentralisatie sociaal domein) gesplitst in de reserve aanvaardbare kosten Wlz, reserve Wmo, reserve Jeugdwet en reserve overige financiering. Deze mutaties met terugwerkende kracht voor de jaren 2015 - 2019 zijn verwerkt via de overige mutaties in de jaarrekening 2020.

Algemene reserve
De algemene reserve wordt ingezet ten behoeve van de algemene ontwikkeling van cliënten, daar waar geen financiering vanuit publieke middelen mogelijk is.

Overzicht van het totaalresultaat van de instelling

                31-dec-20   31-dec-19
                 
                     
Netto-resultaat (na belastingen) toekomend aan de instelling               4.710.405   1.289.529
                     
Totaalresultaat van de instelling               4.710.405   1.289.529

7. Voorzieningen

Het verloop is als volgt weer te geven: Saldo per 1-jan-2020   Dotatie   Onttrekking   Vrijval   Saldo per 31-dec-2020
         
                   
Voorziening jubileumverplichtingen 2.889.945   571.934   180.217   0   3.281.662
Voorziening levensfase 2.399.790   0   547.306   577.302   1.275.182
Voorziening langdurig zieken 792.136   0   0   242.543   549.593
Voorziening generatiepact 940.173   516.720   329.022   32.239   1.095.632
                   
Totaal voorzieningen 7.022.044   1.088.654   1.056.545   852.084   6.202.069

Toelichting in welke mate (het totaal van) de voorzieningen als langlopend moeten worden beschouwd:

                  31-dec-20
                 
Kortlopend deel van de voorzieningen (< 1 jr.)                 1.478.205
Langlopend deel van de voorzieningen (> 1 jr.)                 4.723.865
hiervan > 5 jaar                 2.579.689

Toelichting:
In de voorziening langdurig zieken is de te verwachten uit te betalen transitievergoeding na uitdiensttreding niet opgenomen. Deze transitievergoeding wordt gecompenseerd door het UWV (€ 0,4 miljoen).

8. Langlopende schulden

De specificatie is als volgt: 31-dec-20   31-dec-19
   
       
Schulden aan banken 3.343.700   6.445.264
       
Totaal langlopende schulden (nog voor meer dan een jaar) 3.343.700   6.445.264
       
       
Het verloop is als volgt weer te geven: 2020   2019
   
       
Stand per 1 januari 7.046.829   8.835.165
Bij: nieuwe leningen 0   0
Af: aflossingen 3.234.898   1.788.336
       
Stand per 31 december 3.811.931   7.046.829
       
Af: aflossingsverplichting komend boekjaar 468.231   601.565
       
Stand langlopende schulden per 31 december 3.343.700   6.445.264

Toelichting in welke mate (het totaal van) de langlopende schulden als langlopend moeten worden beschouwd:

  31-dec-20   31-dec-19
   
       
Kortlopend deel van de langlopende schulden (< 1 jr.), aflossingsverplichtingen 468.231   601.565
Langlopend deel van de langlopende schulden (> 1 jr.) (balanspost) 3.343.700   6.445.264
hiervan > 5 jaar 1.470.776   4.039.004

Toelichting:
De boekwaarde van de leningen benadert de reële waarde. 

Vestiging hypotheekrecht Waarborgfonds voor de Zorgsector:
Het waarborgfonds voor de Zorgsector heeft gebruik gemaakt van haar recht tot de vestiging van een recht van hypotheek en een pandrecht, tot zekerheid voor de voldoening van de huidige en toekomstige door haar verstrekte borgstellingen. 

Voor Cosis is het recht van eerste hypotheek verleend tot een bedrag van € 6 miljoen.

9. Overige kortlopende schulden

De specificatie is als volgt: 31-dec-20   31-dec-19
   
       
Crediteuren 4.438.669   3.359.421
Aflossingsverplichtingen komend boekjaar langlopende leningen 468.231   601.565
Belastingen en premies sociale verzekeringen 10.133.762   7.192.180
Schulden terzake pensioenen 141.122   16.927
Nog te betalen salarissen 116.364   158.776
Vakantiegeld 5.434.232   5.280.319
       
Overige schulden:      
BTW 107.706   0
Vrienden van Promens Care/Novo 139.563   104.467
       
Nog te betalen kosten:      
Rente 74.647   92.660
Reservering vakantie- & PBL-uren 14.593.623   12.619.285
Overige schulden 84.822   72.877
Nog te verrekenen met bewoners 4.461   -495
       
Overige overlopende passiva:      
Overlopende posten 5.905.943   3.192.947
       
Totaal overige kortlopende schulden 41.643.145   32.690.929

Toelichting:
Alle kortlopende verplichtingen hebben een looptijd korter dan 1 jaar, behalve (een deel van) de gereserveerde uren PBL.
De stijging van de schuld inzake belastingen en premies sociale verzekeringen wordt vooral veroorzaakt door af te dragen sociale lasten over de zorgbonus 2020 (€ 2,8 miljoen), betaald in januari 2021.

10. Niet in de balans opgenomen regelingen

        31-12-2020
       
Operational lease        
Ultimo boekjaar zijn de verplichtingen uit hoofde van operational leases als volgt te specificeren:        
         
Looptijd tot 1 jaar       360.295
Looptijd van 1 jaar tot 5 jaar       754.288
        1.114.583
Huren        
Op balansdatum heeft Stichting Cosis uit hoofde van huurcontracten de volgende verplichtingen.        
Tevens is aangegeven wat de looptijd van de verplichtingen is.        
         
Verplichting < 1 jaar       15.270.968
Verplichting 1 tot 5 jaar       29.389.620
Verplichting > 5 jaar       19.509.615
        64.170.203
         
Garanties        
Door de Rabobank Noord-Drenthe zijn 10 garanties afgegeven:        
Het gaat hierbij om de volgende huurpanden:      
Lauwers 21 Assen 62.956    
Eekhorstweg 4 Meppel 25.363    
Norgerweg 2d Roden 24.802    
Angelsloërdijk 29E Emmen 15.420    
Weerdingerstraat 84 Emmen 13.620    
Noordbargerstraat 37 Emmen 11.000    
Friesestraat 64 Coevorden 8.709    
Houtweg 101 Emmen 5.600    
Ripperdalaan 7 Groningen 2.538    
Lijzijde 12 Groningen 2.422    
      172.430  

Obligoverplichting Waarborgfonds voor de Zorgsector
Stichting Cosis heeft voor opgenomen leningen, met een restschuld ultimo 2020 van in totaal € 1.954.393 borging van het Waarborgfonds voor de Zorgsector ontvangen. Indien Stichting Cosis onverhoopt niet meer in staat zou zijn aan haar rente- en aflossingsverplichtingen van deze schulden te voldoen, neemt het Waarborgfonds deze verplichting over. Het Waarborgfonds beschikt hiertoe over een ruim risicovermogen. 
Als het Waarborgfonds niet meer aan haar uit borging voortkomende verplichtingen kan voldoen, kan Stichting Cosis worden verplicht om maximaal 3% van de restschuld van haar geborgde leningen als renteloze lening aan het Waarborgfonds te verstrekken. Dit bedraagt per ultimo 2020 € 58.632.

5.1.6 Mutatieoverzicht materiële vaste activa

  Bedrijfs- gebouwen en terreinen   Machines en installaties   Andere vaste bedrijfs- middelen, technische en admini- stratieve uitrusting   Materiële vaste uitvoering en vooruit- betalingen op materiële vaste activa   Niet aan het bedrijfsproces dienstbare materiële activa   Totaal
           
                       
Stand per 1 januari 2020                      
- aanschafwaarde 86.581.413   17.628.606   36.522.470   1.592.214   0   142.324.703
- cumulatieve herwaarderingen 0   0   0   0   0   0
- cumulatieve afschrijvingen 46.057.419   5.226.661   19.044.554   0   0   70.328.634
                       
Boekwaarde per 1 januari 2020 40.523.994   12.401.945   17.477.916   1.592.214   0   71.996.069
                       
Mutaties in het boekjaar                      
- investeringen 1.065.002   1.938.673   2.922.683   4.552.367   0   10.478.725
- herwaarderingen 0   0   0   0   0   0
- afschrijvingen 2.576.450   1.543.402   4.296.013   0   0   8.415.865
- boekverlies verkoop activa 784.755   0   0   0   0   784.755
- terugname bijz. waardeverminderingen 0   0   0   0   0   0
                       
- terugname geheel afgeschreven activa                      
.aanschafwaarde 681.903   124.158   2.926.427   0   0   3.732.488
.cumulatieve herwaarderingen 0   0   0   0   0   0
.cumulatieve afschrijvingen 681.903   124.158   2.926.427   0   0   3.732.488
                       
- desinvesteringen                      
aanschafwaarde 23.071   145.987   102.516   1.120.033   0   1.391.607
cumulatieve herwaarderingen 0   0   0   0   0   0
cumulatieve afschrijvingen 14.776   33.658   62.160   0   0   110.594
per saldo 8.295   112.329   40.356   1.120.033   0   1.281.013
                       
Mutaties in boekwaarde (per saldo) -2.304.498   282.942   -1.413.686   3.432.334   0   -2.908
                       
Stand per 31 december 2020                      
- aanschafwaarde 86.156.686   19.297.134   36.416.210   5.024.548   0   146.894.578
- cumulatieve herwaarderingen 0   0   0   0   0   0
- cumulatieve afschrijvingen 47.937.190   6.612.247   20.351.980   0   0   74.901.417
                       
Boekwaarde per 31 december 2020 38.219.496   12.684.887   16.064.230   5.024.548   0   71.993.161
                       
Afschrijvingspercentage 0 - 20%   5 - 12,50%   10 - 20%   0%   n.v.t.    

De desinvestering in de kolom Materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering betreft de in het jaar gereed gekomen projecten. Deze zijn onderdeel van de investeringen in de kolommen Bedrijfsgebouwen en terreinen, Machines en installaties en Andere vaste bedrijfsmiddelen.

Het boekverlies van € 0,8 miljoen heeft betrekking op de verkoop van een pand in het aardbevingsgebied, waarbij de overdracht plaatsvindt in 2021 of 2022. Het boekverlies is het verschil tussen de boekwaarde per 31-12-2020 en de verkoopwaarde. Het boekverlies is verantwoord onder de algemene kosten.

5.1.7 Overzicht langlopende schulden ultimo 2021

Leninggever Datum Hoofd- som Totale loop-tijd Soort lening Werke-lijke-rente Rest- schuld 31 december 2019 Nieuwe leningen in 2020 Af- lossing in 2020 Rest- schuld 31 december 2020 Rest- schuld over 5 jaar Res- terende looptijd in jaren eind 2020 Aflos-sings-wijze Aflos-sing 2021 Gestelde zeker- heden
        %        
                             
BNG 97419 2-jun. -03 733.763 40 hypo- theek 2,47% 587.010 0 24.459 562.551 440.256 23 lineair 24.459 rijksgarantie
BNG 40105591 15-jul. -10 4.000.000 30 hypo- theek 3,26% 2.766.667 0 2.766.667 0 0 0 lineair 0 WfZ
BNG 2-aug. -13 1.700.938 17 hypo- theek 2,67% 1.097.524 0 100.569 996.955 494.110 10 variabel 100.569 rijksgarantie
Bank Ned. Gemeenten 27-jun. -07 3.000.000 20 hypo- theek 4,27% 1.205.021 0 150.628 1.054.393 301.253 7 variabel 150.627 WfZ
Bank Ned. Gemeenten 28-nov. -06 3.000.000 20 hypo- theek 3,30% 1.050.000 0 150.000 900.000 150.000 6 lineair 150.000 WfZ
Bank Ned. Gemeenten 2-okt. -08 2.669.011 24 hypo- theek 4,75% 340.607 0 42.575 298.032 85.157 7 lineair 42.576 Staat der Ned.
Totaal           7.046.829 0 3.234.898 3.811.931 1.470.776     468.231  

De verstrekte zekerheden voor de opgenomen leningen met WfZ borgstelling luiden als volgt:
• 1e hypothecaire inschrijving ad € 6.000.000 gezamelijk door het WfZ op al het onroerend goed, met uitzondering van: 
   - W1617, Lauwers 17 te Assen (nieuwbouw)
   - X1177, Smetanalaan 536 te Assen (nieuwbouw)
• hypothecaire zekerheid op bedrijfsgebouwen en -terreinen;
• pandrecht op de vorderingen;
• pandrecht op de machines, installaties en inventaris 

5.1.8 Toelichting op de resultatenrekening over 2020

BATEN

11. Opbrengsten zorgprestaties (en maatschappelijke ondersteuning)

De specificatie is als volgt: 2020   2019
   
       
Wettelijk budget voor aanvaardbare kosten Wlz-zorg (exclusief subsidies) 158.745.695   151.245.888
Wettelijk budget voor aanvaardbare kosten Wlz-zorg (exclusief subsidies), voorgaande jaren 3   26.041
Opbrengsten Jeugdwet 28.538.437   26.368.949
Opbrengsten Wmo 45.964.297   44.095.107
Persoonsgebonden en volgende budgetten 3.360.790   3.770.393
Opbrengsten uit onderaanneming 1.964.324   2.327.892
Overige zorgprestaties 914.586   902.068
       
Totaal 239.488.132   228.736.338

Toelichting:
De opbrengsten uit onderaanneming worden vanaf 2020 apart gepresenteerd i.p.v. onder de overige zorgprestaties. De vergelijkende cijfers zijn hiervoor aangepast

In de opbrengsten zorgprestaties zijn de vergoedingen voor doorlopende kosten / omzetderving opgenomen. Voor een verdere toelichting op deze opbrengsten, zie bijlage Corona-Compensatie 2020.

In de opbrengsten zorgprestaties zijn ook de vergoedingen voor meerkosten a.g.v. Covid-19 opgenomen: Wlz € 1,4 miljoen, Jeugdwet € 0,2 miljoen, Wmo € 0,2 miljoen.

12. Subsidies (exclusief Wmo en Jeugdwet)

De specificatie is als volgt: 2020   2019
   
       
Subsidies Wlz/Zvw-zorg 23.638   -4.612
Rijkssubsidies vanwege het Ministerie van VWS 4.048.000   350.396
Overige Rijkssubsidies 0   0
Beschikbaarheidsbijdragen Opleidingen 250.501   208.846
Subsidies vanwege Provincies en gemeenten (exclusief Wmo en Jeugdwet) 1.838.120   1.815.161
Overige subsidies, waaronder loonkostensubsidies en EU-subsidies 597.274   167.004
       
Totaal 6.757.533   2.536.795

Toelichting:
De afname van de Rijkssubsidies vanwege het Ministerie van VWS betreft het verschil in de vergoeding voor de zorgbonus (€ 3,7 miljoen).

13. Overige bedrijfsopbrengsten

De specificatie is als volgt: 2020   2019
   
       
Overige dienstverlening (waaronder 2e-4e geldstroom UMC's voor onderzoek):      
Activiteiten/ overige dienstverlening 49.760   85.914
       
Overige opbrengsten (waaronder vergoeding voor uitgeleend personeel en verhuur onroerend goed):      
Arbeidsmatig werken en overige opbrengsten 2.673.714   3.629.146
       
       
Totaal 2.723.474   3.715.060

LASTEN

14. Personeelskosten

De specificatie is als volgt: 2020   2019
   
       
Lonen en salarissen 122.484.016   118.979.954
Sociale lasten 19.257.394   19.492.259
Pensioenpremies 9.433.540   9.314.135
Andere personeelskosten:      
Ontvangen ziekengeld -1.862.050   -1.850.158
Overige personeelskosten 11.082.195   8.590.819
Dotatie/onttrekking voorziening PBL, jubileum, langdurig zieken en generatiepact 1.209.717   138.805
Subtotaal 161.604.812   154.665.814
Personeel niet in loondienst 4.563.041   5.155.771
Totaal personeelskosten 166.167.853   159.821.585
       
Specificatie gemiddeld aantal personeelsleden (in FTE's) per segment: 2020   2019
       
cao VG 2.612   2.571
cao GGZ 336   335
       
Gemiddeld aantal personeelsleden op basis van full-time eenheden 2.948   2.906
       
Aantal personeelsleden dat buiten Nederland werkzaam is 0   0

Toelichting:
De toename van de lonen en salarissen wordt met name veroorzaakt door de stijging van het aantal personeelsleden en cao-stijgingen en de zorgbonus (€ 3,7 miljoen).

Met ingang van 2020 worden de kosten onderaanneming gepresenteerd onder de Overige bedrijfskosten i.p.v. Personeel niet in loondienst. De vergelijkende cijfers zijn hiervoor aangepast.

15. Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa

De specificatie is als volgt: 2020   2019
   
       
Afschrijvingen:      
- immateriële vaste activa 0   0
- materiële vaste activa 8.415.863   7.625.220
       
Totaal afschrijvingen 8.415.863   7.625.220

16. Overige bedrijfskosten

De specificatie is als volgt: 2020   2019
   
       
Voedingsmiddelen en hotelmatige kosten 16.017.320   16.139.431
Algemene kosten 17.265.606   17.197.575
Patiënt- en bewonersgebonden kosten 6.178.971   3.445.841
       
Onderhoud en energiekosten:      
- Onderhoud 3.057.065   3.660.151
- Energie 4.089.097   2.993.337
Subtotaal 7.146.162   6.653.488
       
Kosten uitbesteding onderaannemers 8.312.338   8.427.960
Huur en leasing 14.442.020   14.090.737
Dotaties en vrijval voorzieningen 0   0
       
Totaal overige bedrijfskosten 69.362.417   65.955.032

Toelichting:
Met ingang van 2020 worden de kosten onderaanneming gepresenteerd onder de Overige bedrijfskosten i.p.v. Personeel niet in loondienst. De vergelijkende cijfers zijn hiervoor aangepast.
De Patient- en bewonersgebonden kosten zijn door extra uitgaven i.v.m. Covid-19 aanzienlijk hoger dan in 2019.

17. Financiële baten en lasten

De specificatie is als volgt: 2020   2019
   
       
Rentebaten 5.085   35.243
       
Subtotaal financiële baten 5.085   35.243
       
Rentelasten -317.686   -332.070
       
Subtotaal financiële lasten -317.686   -332.070
       
Totaal financiële baten en lasten -312.601   -296.827

18. Honoraria onafhankelijke accountant

  2020   2019
   
De honoraria van de onafhankelijke accountant over 2019 zijn als volgt:      
       
1. Controle van de jaarrekening 240.000   240.000
2. Overige controlewerkzaamheden (w.o. Regeling AO/IC en Nacalculatie) 0   0
3. Fiscale advisering 433   4.384
4. Niet-controlediensten 46.546   124.569
       
Totaal honoraria accountant 286.979   368.953

Toelichting:
De kosten 'Controle van de jaarrekening' zijn de kosten voor de controle van het boekjaar. De bedragen zijn inclusief BTW.

19. Transacties met verbonden partijen

Van transacties met verbonden partijen is sprake wanneer een relatie bestaat tussen de instelling, haar deelnemingen en hun bestuurders en leidinggevende functionarissen.
Er hebben zich geen transacties met verbonden partijen voorgedaan op niet-zakelijke grondslag.

De bezoldiging van de bestuurders en toezichthouders die in het kader van de WNT verantwoord worden, is opgenomen onder punt 20.

20. Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

De WNT is van toepassing op Stichting Cosis. Het voor Stichting Cosis toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2020 € 201.000. Het betreft het bezoldigingsmaximum voor zorg en jeugdhulp, klasse V, totaalscore 12 punten.

1. Bezoldiging topfunctionarissen

1a. Leidinggevende topfunctionarissen
1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling alsmede degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt.

Gegevens 2020    
bedragen x € 1 F.H. Stegehuis B.J. Hogeboom
Functiegegevens Voorzitter RvB Lid RvB
Aanvang en einde functievervulling in 2020 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,00 1,00
Dienstbetrekking? Ja Ja
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 178.097 178.045
Beloningen betaalbaar op termijn 11.809 11.826
Bezoldiging 189.906 189.871
     
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 201.000 201.000
     
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t.
     
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t.
Gegevens 2019    
bedragen x € 1 F.H. Stegehuis B.J. Hogeboom
Functiegegevens Voorzitter RvB Lid RvB
Aanvang en einde functievervulling in 2019 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,00 1,00
Dienstbetrekking? Ja Ja
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 167.410 160.198
Beloningen betaalbaar op termijn 11.590 11.607
Bezoldiging 179.000 171.805
     
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 179.000 179.000

1c. Toezichthoudende topfunctionarissen (nr. 1, 2 en 3)

Gegevens 2020

Gegevens 2020      
bedragen x € 1 A. Meijerman R.E. Bouius - Riemersma E. de Vries
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2020 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 15.631 12.398 10.781
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 30.150 20.100 20.100
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t N.v.t N.v.t
       
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Gegevens 2019      
bedragen x € 1 A. Meijerman R.E. Bouius - Riemersma E. de Vries
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2019 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 15.088 11.967 10.406
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 26.850 17.900 17.900

1c. Toezichthoudende topfunctionarissen (nr. 4, 5 en 6)

Gegevens 2020      
bedragen x € 1 R.B. Reekers J.A. van Oijen W. van de Pol
Functiegegevens Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2020 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 12.398 10.781 10.781
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 20.100 20.100 20.100
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t N.v.t N.v.t
       
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Gegevens 2019      
bedragen x € 1 R.B. Reekers J.A. van Oijen W. van de Pol
Functiegegevens Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2019 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 11.967 7.803 10.406
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 17.900 17.900 17.900

1c. Toezichthoudende topfunctionarissen (nr. 7)

Gegevens 2020  
bedragen x € 1 H. Mulder
Functiegegevens Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2020 01/01 - 31/12
   
Bezoldiging  
Bezoldiging 12.398
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 20.100
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t
   
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t.
Gegevens 2019  
bedragen x € 1 H. Mulder
Functiegegevens Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2019 N.v.t.
   
Bezoldiging  
Bezoldiging N.v.t.
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum N.v.t.

2. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT
Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2020 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

5.1.9 Vaststelling en goedkeuring jaarrekening

Gebeurtenissen na balansdatum

Er hebben zich geen gebeurtenissen na balansdatum voorgedaan die van invloed zijn op de waardering en resultaatbepaling van de jaarrekening 2020.

Vaststelling en goedkeuring jaarrekening

De Raad van Bestuur van Stichting Cosis heeft de jaarrekening 2020 opgemaakt en vastgesteld in de vergadering van 12 mei 2021.

De Raad van Toezicht van de Stichting Cosis heeft de jaarrekening 2020 goedgekeurd in de vergadering van 12 mei 2021.

Resultaatbestemming

Het resultaat wordt verdeeld volgens de resultaatverdeling in paragraaf 5.1.2.

Ondertekening door bestuurders en toezichthouders

     
     
     
Voorzitter Raad van Bestuur   Lid Raad van Bestuur
F.H. Stegehuis   B.J. Hogeboom
     
     
     
Voorzitter Raad van Toezicht   Lid Raad van Toezicht
A. Meijerman   R.E. Bouius-Riemersma
     
     
     
Lid Raad van Toezicht   Lid Raad van Toezicht
H. Mulder   R.B. Reekers
     
     
     
Lid Raad van Toezicht   Lid Raad van Toezicht
W. van de Pol   E. de Vries
     
     
     
Lid Raad van Toezicht    
J. A. van Oijen    
Versie:
v6.1.1

Met iWink Report maak je professionele online publicaties. Publicaties die je online, in print en als PDF-download kunt aanbieden.

En daarmee voldoe je direct aan de WCAG-wetgeving rond digitale toegankelijkheid.

Eenvoudig, veilig en efficiënt.

Meer over iWink Report