3.1 Algemeen
In 2020 hadden onderstaande ontwikkelingen grote invloed op de bedrijfsvoering.
Corona en Covid-19
De komst van het coronavirus had grote gevolgen voor de bedrijfsvoering binnen Cosis. Vanaf half maart, tijdens de eerste lockdown, werden we direct geconfronteerd met de gevolgen. We konden ambulante cliënten voor een groot gedeelte niet meer ondersteunen op de manier zoals wij dat gewend waren. Door veel telefonische contacten en beeldbellen waar dat kon, hebben we geprobeerd de zorg zoveel mogelijk te continueren. Registratie van deze productie was mogelijk onder de gangbare beschikkingen. Alleen was de duur en omvang veel beperkter dan bij de reguliere zorg, zoals cliënten die eerder ontvingen.
Voor de dagbestedingscliënten en cliënten met dagbehandeling die bij ons kwamen, maar niet bij ons woonden, was de reguliere manier van zorg leveren niet meer haalbaar. Ook deze cliënten hebben we zoveel mogelijk zorg en ondersteuning geboden. De cliënten binnen deze groep die wél bij Cosis wonen, boden we een alternatief programma op de woonlocaties. Daarvoor zijn medewerkers van de dagbestedingslocaties en medewerkers die dagbehandeling gaven naar de woonlocaties zijn gegaan.
Aan cliënten op woonlocaties konden we wel reguliere zorg bieden. De impact van de lockdown was groot binnen deze groep. Gelukkig bleef het aantal besmettingen tijdens het eerste deel van 2020 beperkt tot een aantal cliënten en medewerkers.
Gedurende 2020 kwam langzaam de reguliere zorg onder beperkingen weer op gang. Wel werd duidelijk dat diverse cliënten en hun familie terughoudend waren in terugkeer naar bijvoorbeeld dagbesteding.
Zeker in de eerste helft van 2020 hebben we hierdoor niet alle zorg kunnen registreren of zelfs realiseren. De centrale overheid stelde extra geld beschikbaar aan zowel zorgkantoren als gemeenten. Dat was bedoeld om zorginstellingen te compenseren voor misgelopen inkomsten en zo de continuïteit te waarborgen.
Daarnaast zijn er extra financiën beschikbaar gesteld om meerkosten te compenseren die nodig waren voor de bestrijding van Covid-19.
Gedurende de tweede helft van 2020 was er nog wel een brede compensatieregeling voor meerkosten vanuit alle financiers. De compensatieregeling voor de Jeugdwet en de WMO was echter grotendeels vervallen.
Per saldo hebben we op financieel gebied de coronacrisis in 2020 goed doorstaan. Het resultaat geeft echter een vertekend beeld. Want een deel van de niet-gemaakte kosten moeten we in de loop van 2021 alsnog realiseren. Denk hierbij aan onderhoudskosten voor gebouwen en scholingskosten voor medewerkers.
Invoering ONS urenregistratie/roosteren
Op 1 januari 2019 zijn we begonnen met de implementatie van het elektronisch cliëntendossier ONS. In dat jaar is het complete zorginhoudelijke gedeelte binnen ONS geïmplementeerd. Eerst zijn de medewerkers in de ambulante teams overgegaan. Daarna volgde de rest van de organisatie. Een groot deel van de ambulante teams en de teams van het Expertisecentrum ging over naar urenregistratie in ONS volgens de jaarurensystematiek. Deze overgang ging op vrijwillige basis.
Voor het rooster werd toen nog gebruikgemaakt van roosterapplicatie Harmony. In 2020 kozen we ervoor om Harmony volledig uit te faseren en de roostermodule binnen ONS te gaan gebruiken. We wilden een uniform roosterpakket binnen de organisatie. Medewerkers maken dan gebruik van één systeem, waarin zij inloggen voor zowel de cliëntenzorg als voor het roosteren.
Hierdoor zijn de overige ambulante teams, dagbestedingslocaties, expertisecentra KJG, het Flexbureau en de ondersteunende diensten overgegaan op roosteren binnen ONS of tijdsregistratie volgens de jaarurensystematiek. Wederom een grote operatie waarbij we circa 3.000 medewerkers over 180 kostenplaatsen en 120 leidinggevenden hebben geïnstrueerd en circa 300 roosteraars hebben geschoold.
De overzetting is gefaseerd uitgevoerd gedurende het jaar. Per groep zijn de openstaande verlofuren, compensatie-uren, en PBL-uren overgezet.
Versterking managementinformatie
Om onze organisatie beter en eenduidig te sturen, startten we in 2020 het project Stuurinformatie. Vanuit dit project keken we welke KPI’s we moeten meten om goed zicht op de organisatie te krijgen en op een adequate manier te kunnen sturen. Vanuit dit project zijn vijf Cosisbrede KPI’s gedefinieerd:
- verhouding omzet/kosten
- beschikbaarheid personeel
- zorgplannen
- uitstroom medewerkers
- incidentmeldingen.
Daarnaast is er ruimte om twee tot drie clusterbrede KPI’s te definiëren. Deze zijn nodig om op specifieke zaken binnen het cluster te kunnen monitoren.
In 2020 begonnen we met het ontsluiten van deze nieuwe KPI’s in PowerBI. PowerBI gebruikten we al wel voor het ontsluiten van data op een aantal specifieke afdelingen. Gedurende het jaar besloten we om PowerBI breder in te zetten en alle management- en stuurinformatie in dit systeem onder te brengen. Als gevolg van deze keuze bouwen we het huidige systeem Dynamic af en nemen we er in 2021 afscheid van.
De druk op de exploitatie neemt in algemene zin naar verwachting verder toe. Betrouwbare en tijdige informatievoorziening voor alle onderdelen in de organisatie is hierbij essentieel, zeker met het oog op de nieuwe organisatiestructuur. PowerBI zal hierin ondersteunen en naast rapportages over KPI’s ook brede managementinformatie ontsluiten.
Vastgoed
We hebben een grote vastgoedopgave die veel aandacht en ook speciale expertise verdient. In 2020 richtten we daarom een speciale afdeling Vastgoed op. Deze wordt aangestuurd door het afdelingshoofd Vastgoed. Eerder was vastgoed onderdeel van de afdeling Facilitair Bedrijf.
Onder leiding van de nieuwe Vastgoedafdeling is het meerjarenvastgoedplan geactualiseerd en de structuur voor vastgoedprojecten versterkt. In afstemming met de zorgclusters hebben we vervolgens een prioriteitenagenda opgesteld. Daar starten we in 2021 mee.
Naast de reguliere vastgoedopgave zijn we in het Groninger Zorgakkoord betrokken bij de versterkingsopgave in het aardbevingsgebied. De zorg binnen Noordoost-Groningen krijgt in dit kader vorm op een andere manier. Daarbij wordt vooral ingestoken op samenwerking met andere zorginstellingen en op innovatie. Wij zijn binnen het Groninger Zorgakkoord betrokken bij drie projecten:
- Zorgproject Delfzijl-Noord
- Expertisecentrum Berjarijke Appingedam
- Kansrijke Nieuwbouw Uithuizen.
ICT
Binnen ICT zijn in 2020 een aantal zaken verder op orde gebracht.
We hebben veel aandacht besteed aan het verder op orde brengen van de zorgdomotica.
We hebben stappen gemaakt om in 2021 over te gaan naar Microsoft 365.
En er zijn volop voorbereidingen getroffen om de Planon te vervangen door het systeem Topdesk. Dat gaat ons beter ondersteunen op het gebied van facilitaire en automatiseringsvragen.
3.2 Financieel beleid
Ons financieel beleid is gericht op juist inzetten van de beschikbare middelen voor de levering van zorg en op creëren van ruimte voor innovaties. Uitgangspunten van het beleid zijn vastgelegd in de strategie, de jaarlijkse kaderbrief en het treasurystatuut.
In 2020 is de begroting 2021 tot stand gekomen. Bij de inrichting van de begroting en de exploitatie volgen we de filosofie van integraal management. Iedere budgethouder heeft integraal en transparant zicht op de kosten en opbrengsten van zijn/haar organisatorische eenheid.
Sturing vindt plaats door informatievoorziening aan budgethouders. Dat gebeurt op dagelijkse basis, met maandrapportages en een Balanced Scorecard per kwartaal, op sectorniveau en voor heel Cosis.
De Balanced Scorecard wordt besproken in de sector en in kwartaalreviews waar de RvB, Concern Control, Business Control en MT-lid / staf aan deelnemen. Op basis hiervan stellen we de Balanced Scorecard op Cosisniveau op en formuleren we verbeter- en beheersmaatregelen. Met de kwartaalreviews realiseren we ook een goede verbinding en beleving tussen de stafdiensten en de zorg.
Financiële informatie
| 2020 | 2019 | |
|---|---|---|
| Totale opbrengsten | 248.969.000 | 234.988.000 |
| Resultaat | 4.710.000 | 1.292.000 |
| Resultaat ratio (resultaat/totale opbrengsten) | 1,90% | 0,50% |
| Liquiditeit (vlottende activa/vlottende passiva) | 2,4 | 2,7 |
| Solvabiliteit (totaal eigen vermogen/balanstotaal) | 69,90% | 71,40% |
| Budgetratio (totaal eigen vermogen/opbrengsten) | 47,80% | 48,70% |
De totale opbrengsten zijn in 2020 met € 14,0 miljoen (5,9%) gestegen ten opzichte van 2019. De belangrijkste oorzaken hiervoor zijn de zorgbonus 2020, indexatie van de tarieven Wlz en de vergoeding voor meerkosten.
Het resultaat over het jaar 2020 bedraagt € 4,7 miljoen positief. Dit resultaat is sterk beïnvloed door Covid-19. Omzetderving en meerkosten in het kader van Covid-19 zijn grotendeels gecompenseerd. Hiernaast is zichtbaar dat opleidingskosten en projectmatige kosten achterblijven bij 2019 en de begroting 2020. Hiervoor geldt dat deze op een later moment alsnog worden gemaakt.
Het genormaliseerde resultaat bedraagt circa € 2,9 miljoen positief (1,2% van de totale opbrengsten) en ligt hiermee op een hoger niveau dan het genormaliseerde resultaat van € 1,2 miljoen negatief in 2019 (-/- 0,5%). De belangrijkste reden voor de verbetering is betere sturing op de personele inzet in relatie tot de opbrengsten. Dit blijft ook voor de komende jaren een belangrijk aandachtspunt.
Financiële instrumenten en risicobeheersing
Voor de langlopende leningen hebben we een vaste rente afgesproken met de financiers. Liquiditeit wordt ingezet als werkkapitaal, uitgezet op spaarrekeningen. De liquide middelen staan uit bij banken die minimaal een A-rating hebben. We maken geen gebruik van derivaten of andere financiële instrumenten.
Omdat de opbrengsten uit zorgactiviteiten worden gerealiseerd bij twee zorgkantoren en bij meer dan dertig verschillende gemeenten is er sprake van spreiding. Hierdoor zijn we niet afhankelijk van enkele financiers.
De financieringsstructuur van de organisatie wordt sterk beïnvloed door de investeringen in huisvesting en ICT. We zetten gericht in op versterking van de ICT-organisatie en doorontwikkeling van de huisvesting voor cliënten en medewerkers. De vastgoedinterventielijst leidt voor de vastgoedstrategie tot investeringen in de verbetering of vervanging van huisvesting. Een belangrijk deel van de investeringen kunnen we financieren uit eigen werkkapitaal.
3.3 Strategische uitdagingen en risicobeheersing
We zetten ons in om de uitgangspunten van De bedoeling te realiseren. Om hiervoor ook op financieel gebied verantwoordelijkheid te nemen, moeten we goed anticiperen op toekomstige ontwikkelingen. Voor de periode 2020-2023 hebben we daarom scenarioanalyses opgesteld, op basis van de belangrijkste (strategische) uitdagingen voor de toekomst. De geformuleerde uitdagingen en de hiermee samenhangende financiële gevolgen hebben we doorgerekend voor de jaren 2020-2024. Op basis van de uitkomsten hebben we beheersmaatregelen geformuleerd om de impact te reduceren.
Tijdens de kwartaalreviews op MT-niveau zijn ook de risico’s geïnventariseerd. Belangrijke risico’s zijn:
- realiseren van de strategische doelstelling van participatie van cliënten in de samenleving,
- huisvesting die aansluit op de behoefte,
- voldoende budgettaire kaders sociaal domein en
- een goede afwikkeling van de administratieve processen in het sociaal domein.
De organisatie is in algemene zin bereid de geconstateerde risico’s tot een bepaald niveau te nemen omdat deze vaak ook kansen bieden voor doorontwikkeling. Daar waar nodig hebben we hiervoor beheersmaatregelen getroffen, afgebakend in de tijd.
Hieronder zetten we de belangrijkste strategische uitdagingen en de maatregelen op een rij.
Beschikbaarheid gekwalificeerd personeel
De verwachting is dat voor de zorgsector, specifiek in ons werkgebied, schaarste ontstaat. Dit geldt voor zorgfuncties en zeker ook voor meer specialistische functies zoals AVG-arts.
Bovendien verandert de zorgvraag van onze doelgroep en onze financiers. Dit vraagt om een andere expertise van onze medewerkers.
We voeren een actief beleid om medewerkers aan ons te binden. Dat doen we onder andere door te investeren in loopbaanpaden binnen het zorgproces en het opzetten van de CosisAcademie. Het aantal opleidingsplaatsen voor BBL-leerlingen breiden we uit en we investeren blijvend in de opleiding van medewerkers.
Inhoudelijke ontwikkeling Wlz
De persoonsvolgende bekostiging binnen de Wlz biedt kansen voor de ontwikkeling van nieuw aanbod. Het risico bestaat dat dit niet past binnen de regiokaders van de zorgkantoren. En dat andere partijen toetreden tot ons werkgebied.
We voeren een actief wachtlijstbeheer. Bovendien zijn we kritisch naar ons aanbod en onze mogelijkheden om dit te verbeteren. Cliënttevredenheid is hierbij een belangrijke indicator: ons doel is het binden van tevreden cliënten vanaf de jongste leeftijdsgroep.
Ambulantisering Beschermd Wonen (GGZ) en invoering objectief verdeelmodel BW/WMO/MO
De beleidsagenda van de centrumgemeenten is mede door het rapport Dannenberg gericht op ambulantisering van deze zorg. Daarbij verliep in 2020 het overgangsrecht vanuit de AWBZ.
Het ministerie van VWS heeft de toegang tot de Wlz uitgewerkt in een wetsvoorstel. De doelstelling is om mensen die levenslang 24-uursbegeleiding nodig hebben, toegang te geven tot de Wlz.
De invoering van het nieuw objectief verdeelmodel voor de gelden Wmo/MO en BW staat gepland voor 2021. De verantwoordelijkheid van de centrumgemeenten voor BW (GGZ) wordt gedecentraliseerd naar de gemeenten. Gelijktijdig vindt een andere verdeling van het budget plaats.
Wij hebben op locatieniveau een plan van aanpak opgesteld. Dit geeft inzicht in de mogelijkheden die we per cliënt zien voor de ambulantisering en het tempo waarin dat kan. Tegelijkertijd kijken we hoe anders organiseren van de zorg hierin kan helpen.
De ontwikkelingen rondom het nieuwe verdeelmodel volgen we. Hierbij ambiëren we om cliënten ook de ruimte te bieden een woonplek te vinden buiten de huidige woonplaats. Verdere decentralisatie van financiering vraagt om afspraken hierover met gemeenten.
Bekostiging jeugddomein staat onder druk
In de jaren na de decentralisatie is het volume in het jeugddomein sterk gegroeid. Met forse overschrijding van gemeentebudgetten als gevolg. Gemeenten onderzoeken andere contractvormen, efficiëntere contractering en een versnelling van de transformatieagenda. Door de toepassing van de Richtlijn gebruikelijke zorg is er zeer beperkt toegang van kinderen tot de Wlz, terwijl veel kinderen wel aan de criteria voldoen. Dit geeft extra druk op de financiering uit de Jeugdwet.
Wij zijn continu met gemeenten in gesprek om de gezamenlijke verantwoordelijkheid goed uit te voeren. We ontwikkelen initiatieven die bijdragen aan het verlagen van maatschappelijke kosten, volgens De bedoeling. Voorbeelden zijn het initiatief gezinsindicaties, collectieve inzet scholen, samenwerkingstrajecten met onderwijs, screenen van casuïstiek samen met gemeentelijke toegang en actieve deelname aan het bestuurlijk transformatieakkoord Drenthe.
Andere uitdagingen zijn:
- de behoefte van de (cliënten)populatie verandert doordat de populatie ouder wordt en de intensiteit van de cliëntvraag neemt toe
- de kwaliteit waarborgen met lagere budgetten sociaal domein (18+)
- doorontwikkelen van huisvesting, inclusief aardbevingsdossier
Naast de hierboven beschreven maatregelen voor de belangrijkste uitdagingen, hebben we onder andere de volgende maatregelen genomen / acties in gang gezet:
- optimaal gebruikmaken van de flexibele schil in het personeelsbestand, waardoor we in een krimpsituatie kunnen anticiperen zonder dat dit personele gevolgen heeft
- gebruikmaken van de financiële buffer voor het opvangen van tijdelijke knelpunten en het ontwikkelen van nieuwe producten/ondersteuningsconcepten, op basis van vooraf ingediende businesscases.
3.4 Toekomstparagraaf
De belangrijkste (strategische) uitdagingen en de interne beheersmaatregelen hebben wij in de vorige paragraaf weergegeven. Hieronder benoemen we een aantal effecten waar we ook rekening mee moeten houden.
In 2020 hebben we een nieuwe organisatiestructuur ingevoerd. De doorwerking hiervan heeft inmiddels gedeeltelijk plaatsgevonden. Door de komst van Covid-19 is de implementatie echter nog niet zo ver als gewenst. In 2021 vergt dit proces daarom nog aandacht. Belangrijke onderdelen hiervan zijn meer decentrale sturing en beleggen van de verantwoordelijkheid zo laag mogelijk in de organisatie.
Ter ondersteuning van dit proces starten we in 2021 ook een organisatiebreed project over procesverbetering. Procesverbetering zorgt direct voor een efficiëntere bedrijfsvoering en meer werkplezier voor medewerkers. Indirect brengt dit ook een positief financieel resultaat met zich mee.
We hebben een stevig ambitieniveau op het gebied van verdere professionalisering en innovaties in de zorg- en dienstverlening, waaronder digitalisering van zorg. Ook investeren we blijvend in huisvesting, automatisering, informatisering en communicatiemiddelen. Onze sterke financiële positie biedt hiervoor in de komende jaren de ruimte.
De druk op de exploitatie zal vanuit de financiers toenemen. Zeker in het gemeentelijk domein zien wij dat tarieven niet of nauwelijks kostendekkend zijn. Wij verwachten voor de komende jaren hierin geen trendbreuk. Wel is er meer aandacht voor bedrijfsvoering en actieve sturing. Hier kunnen we de komende jaren de vruchten van plukken en we mogen verwachten dat onze resultaten onverminderd sterk blijven.
Corona
De impact van Covid-19 op de financiële bedrijfsvoering is relatief beperkt gebleven door de steunmaatregelen vanuit de centrale overheid. Voor 2021 is de verwachting dat deze steunmaatregelen beperkt zijn. De zorgkantoren zullen nog steeds een financiële compensatie beschikbaar stellen. Vanuit het gemeentelijk domein (Jeugdwet en WMO) ligt het niet in de lijn der verwachting dat we gecompenseerd worden voor de financiële impact die Covid-19 veroorzaakt.
Voor onze financiële continuïteit zijn de onzekerheden beperkt. In onze financiële positie en vooruitzichten is geen sprake van materiële onzekerheid die leidt tot ernstige twijfel of we onze activiteiten voort kan zetten. Daarom is de jaarrekening 2020 opgesteld vanuit de continuïteitsveronderstelling.
Wetende dat Covid-19 ook de komende periode grote impact op onze cliënten, medewerkers en bedrijfsvoering heeft, voorzien we dat 2021 een jaar wordt van scherp aan de wind zeilen en waar mogelijk actief bijsturen.